Phlos

Zo vaak reageert nou ook weer niet iemand op deze weblog. Dus, nieuwsgierig als ik ben, even kijken naar de blog van de persoon die iets had geschrven bij ‘Verjaardag?’
Ik ben nu nog onder de indruk van de weblog van Phlos. Niet alleen subtiel beschreven, maar ook goed geschreven.
Zeker een kijkje waard.

Oscars

Het was onbekend of hij was uitgenodigd. Wel was hij er de hele nacht voor opgebleven. Van de film van Clint Eastwood kon hij zich niets herinneren.
Natuurlijk hadden filmprijzen zijn warme aandacht. Hij was immers zelf een niet onverdienstelijk cinematograaf geweest. Tenminste dat vond hijzelf. Zoals het hoort waren zijn kinderen erg trots op zijn cinematografisch verleden, al was dat eigenlijk non-existent.
Teleurgesteld ging hij naar bed. Weer waren zij hem vergeten voor de oeuvre-prijs.
Volgend jaar beter.

Verjaardag?

Het was feest. Je wordt niet iedere dag vijfenzeventig, dus was iedereen er. Een drukte van belang. Al die familie, ex-echtgenotes, zoons, dochters, kleinkinderen en achterkleinkinderen.
Natuurlijk was het een handicap dat hij zich in een rolstoel moest verplaatsen, maar ja de ouderdom komt met gebreken. Gelukkig kwijlde hij niet zo erg, dat scheelde weer, dan werd het niet een zo beschamende bedoening.
Terug praten was er niet echt meer bij. Niet alleen sprak hij met consumptie, maar echt iets verstaanbaars kwam er niet uit. Dat was wel jammer, want hij had nog zoveel te vertellen. Met het spraakgebrek deed iedereen alsof hij een achterlijke idioot was. Ze gingen harder en langzamer praten, maakten hun zinnen niet af, en wachtten niet op antwoord, maar besloten zelf wat het antwoord was. Zo was hij ook aan vier glazen grenadine gekomen. Iedereen vond dat hij dorst had en alcohol durfden ze hem niet te geven. Zijn rietje was op de grond gevallen. Nu kon hij de grenadine niet eens opdrinken. Hulp vragen was er ook niet bij. Als hij een geluid maakte, brachten ze hem meteen naar het toilet.
Ging iedereen maar weg, dan kon hij rustig in een hoekje sterven.
Bedroefd verliet ik het feestje.

Ik word toch wel oud

Zo nu en dan moet ik een nieuwe bril hebben. De oude is versleten, dus een nieuwe kopen.
Nu heb ik niet eens van die slechte ogen, maar zonder bril ben ik hulpeloos en contaclenzen is niets voor mij. Staan wij dus bij de opticien, vraagt de goede man of ik VARIFOCUS glazen moet?
Ik wil gewoon een bril, niks ingewikkelds, en een leesbril, tsja. Als men dat gaat vragen wordt men oud.
Wel toevallig jarig vandaag, zou ie het daarom vragen????

Gangbare Patronen

Geheel tegen al het gebruik in, doe ik al twintig jaar beheer werk in de IT zonder ooit een diepgaande kennis te hebben van zogenaamde ‘Regular Expressions’. Als je nu niet weet waar het over gaat, hoef je niet verder te lezen, hoewel het inhoudelijk best leerzaam kan zijn.
Als je het aan een willekeurig UNIX beheerder/programmeur of iets dergelijks vraagt, zijn de Gangbare Patronen ongeveer het belangrijkste onderdeel van de benodigde kennis. Met deze Gangbare Patronen kan men allerlei zaken snel vinden in de bestanden op de machine. Bijvoorbeeld, woordpatronen in logfiles, zodat men snel inbraak pogingen kan vinden. Of functie aanroepen in ingewikkelde bronbestanden, zodat men snel iets kan wijzigen. Eigenlijk, zo is de opvatting, zijn Gangbare Patronen cruciaal voor goed UNIX beheer en een goede UNIX ontwikkel methode.
Nu ben ik als beheerder lui van nature. Een goede beheerder immers komt maandag op zijn werk met een dikke roman, en heeft deze vrijdag uitgelezen. Want, als beheerder ben je verantwoordelijk voor het draaiende houden van de infrastructuur. Doet men zijn werk goed, dan treden er geen storingen op, en heeft men alle tijd om leuke dingen te doen.
Goed, lui als ik ben, heb ik nooit de moeite genomen om mij ernstig te verdiepen in de Gangbare Patronen. Wel genoeg om een mooie vertaling te vinden -die de andere beheerders dan weer niet snappen- en om de Patronen te kunnen begrijpen.
Nu echter zit ik thuis wat te programmeren, en komt dit gebrek aan kennis mij slecht uit. Dus heb ik mij maar eens verdiept in de Gangbare Patronen. Tot mijn grote schrik -men doet altijd heel dik over deze Gangbare Patronen- blijkt het doodsimpel te zijn. En leuk speelgoed.
Weer een beetje wijzer ga ik verder in het leven.

Mijn vriend de fiscus

Het is de tijd van het jaar dat er weer tussen mijn vrienden en mij dik gecorrespondeerd wordt. Het betreft hier de ondergeschikten van Gerrit, die mij ieder jaar weer menen te moeten verblijden met een, in vies blauw gestoken, roze formulier. Eigenlijk is het formulier niet roze, het is meer de kleur van mandarijnenbavarois.
Het seizoen wordt geopend door mijn bank, die mij ieder jaar vrolijk laat weten hoe hoog de hypotheek is. Gevolgd door het meer blijde nieuws, hoeveel mij dat het afgelopen jaar gekost heeft. Voor ik dan in een depressie kan geraken, komt gelukkig de regel, met de aftrek posten.
Net bijgekomen van deze ellende, vindt de werkgever het nodig om mij per post te laten weten hoeveel salaris zij vorig jaar graag aan mij uitbetaald zouden hebben en hoeveel daarvan direct naar Gerrit zijn getrouwe ambtenaren is overgemaakt.
Ten slotte komt er dan de rouwblauwe enveloppe.
Met de stellige overtuiging dat het algemene kiesrecht moet worden afgeschaft en vervangen worden door de vroegere situatie, zij die betalen zijn zij die mogen stemmen, begin ik dan aan het invullen van door onze overheid gevraagde gegevens. Dit jaar is de invul oefening in record tijd door mij vervuld. Met behulp van ‘s-lands oudste belasting almanak is het gelukt om geheel naar waarheid het formulier in te vullen en tot de conclusie te komen dat ik dit jaar zowaar iets retour zal krijgen uit de schatkist.
Mijn dag is weer goed.

‘s-Avonds tien voor zeven

Het zat er weer op voor vandaag. Zij kwam thuis, plofte haar tas -leeg maar een tas staat zo echt in de tram- op de bank. Haar vriend was er nog niet, dus kon zij nog snel even surfen voor hij thuis kwam. Het was al redelijk laat, bijna zeven uur, dus eigenlijk zou ze moeten koken, maar dit vond zij toch belangrijker.
Bij haar therapeut kwam zij langzaam tot de ontdekking dat alles eigenlijk de schuld van haar ouders was. Zij kon er echt niets aan doen.

Lees meer →

Geld

“Zeg”, begon hij, “wat gaan wij nou doen?”
“He? Wat, waar heb je het over Moppie?”
“Je weet wel”, antwoordde hij met enigszins twinkelende ogen.
Ze zuchtte, het was zeker weer zo ver. Niet alleen had ze geen zin, maar ze werd er zo moe van. Soms leek het alsof hun relatie alleen maar draaide over dit. Wat zou ze nu weer zeggen om hem op een afstand te houden?
Hij zuchtte, een kleine glimlach speelde om zijn mond. Ergens kon ze hem niet afwijzen in zijn vragen. Niet alleen was de woning te klein voor een ruzie, maar het gaf het risico dat hij zou vertrekken. En tegen de leegte van het alleen zijn zag ze vreselijk op. Natuurlijk, ze hadden geldgebrek, maar om nou de spullen van haar grootmoeder te verkopen ging wel wat ver.
“Ik kan er een goede prijs voor krijgen”, drong hij aan. “We hebben het nodig schat”.
“Jees moppie, ik kan maandag de soos wel om extra geld vragen hoor”. Ze zuchtte, het ging niet alleen om geld, maar ook om de ruimte en om macht. Met de spullen van haar oma had ze het gevoel nog macht over haar moeder te hebben, dat gevoel wou ze niet kwijt. Bovendien was ze eigenlijk een beetje bang. Bang voor wat haar stiefvader zou doen als hij ontdekte dat ze de spullen had verkocht.
Ze wist niet eens meer zeker of hij nou gevaarlijk was in haar verhalen of dat hij echt gevaarlijk was. Ze was op het punt aangekomen dat zij niet meer het verschil kon zien tussen haar fantasie en de werkelijkheid.
Wat had haar vader haar ook al weer gezegd? ‘Het maakt niet uit, zolang de wereld maar in jouw fantasie gelooft’. Zo had hij het ook altijd klaargespeeld. Haar moppie was echter uit ander hout gesneden. Doen wat voor jou het beste is, niet uit angst dingen doen of laten. Hij had makkelijk praten. Hij had haar stiefvader niet echt meegemaakt. Wat begreep hij er nou van?
“Natuurlijk meissie, en ik kan maandag mijn baas om een grote loonsverhoging vragen. We hebben het geld nodig lieverd”. Als hij maar niet zo zou zeuren. “Ik kan je natuurlijk ook hier om de hoek uithuren”.
Daar dreigde hij ook steeds mee. Niet dat ze zo een oplossing zag zitten, maar ja haar zus had het ook gedaan. Bovendien, een ongelukje zou dan wel gunstig voor haar uitpakken. Laat ik hem eens terug pesten.
“Nou..” begon ze.

Zwanger

Het was koud in de eenkamerwoning. Geen betaalde baan hebben leek leuk, maar de muren kwamen nu heel langzaam op haar af. Alles was danig in de war gestuurd door haar moeder. Niet alleen dreigde zij het zo zorgvuldig verzamelde kapitaaltje van haar oma kwijt te raken, maar ook haar mooie appartement was zij kwijt. Inclusief de dure vloer.
Geen geld betekende ook dat haar zo verlangde zwangerschap natuurlijk op de lange baan geschoven zou worden. En de klok tikte maar door. Als zij nog plezier aan een kind wou beleven, moest het er toch zo langzamerhand maar van komen. Bovendien, al haar vriendinnen en nichtjes hadden al een, of erger, meerdere kinderen. Zij dreigde aardig de boot te missen, zij kon alleen maar kirren over hoe mooi zij al die kleintjes vond.
Hoewel zij er vreselijk tegen op zag, probeerde zij toch bijna dagelijks om zwanger te raken. Bovendien waren die dagelijkse pogingen de enige reden waarom haar moppie bij haar bleef. Zolang zij niet een baby had, die natuurlijk onvoorwaardelijk van haar zou houden, was er niemand anders die ook maar de pretentie ophield om van haar te houden. Ja, als plichtpleging, familie en zo. Maar oprecht van haar houden, dat kon toch niemand. Daar was zij toch niet voor in de wieg gelegd. Of eigenlijk, daar was zij wel voor in de wieg gelegd, maar niemand begreep dat en dus hield niemand van haar.
Was zij maar zwanger, dan werd alles weer goed. Iedereen die zij kende werd toch gelukkig als zij zwanger waren. Alles zou dan ook goed komen. De meiden in haar virtuele werkelijkheid leken haar wel te begrijpen, maar toch ook weer niet. Ze kon toch niet zeggen dat zij haar mooie woning had ingeruild voor drie hoog achter. Waarom snapten zij dan niet dat het niet aan haar vriend lag. Ook wel een beetje, maar ja wijsheid was toch om te wachten tot ze weer een grotere woning zou krijgen, en dat zat er voorlopig niet in. Wat moest ze nou, ze werd er hopeloos van. Het was een vicieuze cirkel, en niemand die haar kon of wou helpen.