Met mij gaat het…

… en daar is het ook mee gezegd. Eerlijk gezegd, dat het gaat is een positieve omschrijving. Het is veel erger geweest. Sinds december ben ik op een ingewikkelde en helaas niet zo leerzame reis geweest.

Traditioneel is december een slechte maand. Nee, dat komt niet door de feestdagen, andere ingrijpende zaken verjaren in december. In januari klaart mijn stemming weer op en meestal is rond 15 januari alles weer in een rustige staat komt. Wat onrust eind februari, heeft met mijn verjaardag te maken, maar niets om mij zorgen over te maken. Dit jaar ging echter een weinig anders. De depressie klaarde niet op, de rust kwam niet weer. Langzaam maar zeker zakte ik af naar plaatsen die ik mij herinner en waar ik eigenlijk onder geen beding naar toe wil.

Het is een vreemde gewaarwording, dat afzakken. Jij voelt dat er wat mis is, maar kan er de vinger niet op leggen. Lichamelijke ongemakken, rugpijn, longontsteking, vocht achter de longen, krijgen de schuld van een aanzwellend gevoel van onbehagen. De bijkomende symptomen, verminderde eetlust, slapeloosheid, verminderde aandrang tot  drinken, worden allemaal over het hoofd gezien. Beter zij worden genegeerd. Tot het moment dat ik mijzelf op een brug over de A28 aantref, de gedachte om dan maar een eind aan mijn leven te maken. Mij voor het langsrazende verkeer gooien lijkt niet de manier. Dat ik dat overwoog, maakt dat ik mij zorgen, niet overdreven, ga maken. Het gaat niet goed, misschien moet ik daar wat aan doen.

Eigenlijk leg ik de oorzaak voor het groeien van mijn depressie bij mijn medicatie. Vanwege de vocht achter de longen, op zichzelf al een hele vervelende klacht, heb ik anti diuretica, plaspillen in gewoon Nederlands. De plaspillen maken dat ik erg veel moet plassen. Dat leidt weer tot vragen bij mij. Vragen zoals, werken die plaspillen niet tegen mij, in de zin dat het antidepressivum dat ik slik, sneller uit mijn systeem verdwijnt. Vragen die de huisarts niet eens beantwoord. (Later begrijp van de apotheker dat het niet zo werkt, de halfwaarde tijd wordt wel iets verkort, maar weer niet alsof bij dagelijks gebruik het uitmaakt). Wel meent de huisarts dat ik misschien beter een afspraak met praktijkondersteuner kan maken.

Het gebrek, of beter het afnemend idee, van kleur lijkt de beste vergelijking, behalve dat het eigenlijk aan het letterlijke grenst. En het is niet alsof er grijstinten zijn, het wordt letterlijk een dichotomie, met zwart als overheersende kleur. Het erbijhorende gevoel is niet een van de makkelijkste. Het zijn de demetors die al mijn gevoel gekaapt hebben. Nou ja, vooral de positieve gevoelens. Het specifieke negatieve gevoel, dat alles, en ja dan meen ik alles, nergens over gaat. Niet de ondraaglijke lichtheid van het bestaan, maar de ondraaglijke niets van het bestaan.  Tel daarbij op dat iedere inspanning eigenlijk veel te veel is, dan is het leven weinig waard.

Natuurlijk is er wat vooraf gegaan aan de depresieve periode. Zo raakte ik mijn baan kwijt, overleed Charly, kwam december langs. Maar eigenlijk is daar niets bijzonders aan, in termen van mijn depressie. Het depressieve gevoel ging niet weg. In tegendeel, het werd als maar erger.

Zo wordt de wens tot sterven door niets in de weg gestaan. Dit is geen fantasie over hoe het leven verder gaat terwijl ik er niet ben, of een wens die is ingegeven door de continue pijn of mijn somberheid. Het is helemaal niet een “permanente oplossing” voor een tijdelijk probleem. Het is een wens en gevoel dat wordt ingegeven door verschillende zaken. De pijn, depressie doet pijn, speelt daarbij een rol, maar eigenlijk voornamelijk op de achtergrond. In de grond van de zaak is het de ondraaglijke zinloosheid van het bestaan wat een grote rol speelt. Tel daarbij op de eenzaamheid, gebrek aan slaap en de idee dat mijn depressie nooit overgaat, en jij hebt een idee waar de zelfmoord gedachte vandaan komt. Verdacht weinig zaken zijn er te vinden om mij te weerhouden van zelfmoord. Het verzorgen van Poes, mijn poes die, is daarvan de belangrijkste.

Deze depressie gepaard met een fenomeen dat geheel nieuw was voor mij; dwanggedachten. Niet in de zin van dat ik dingen moest doen, maar in de zin dat ik, zonder enige controle, gedachten kreeg. Die waren behoorlijk invasief. Gedachten over een ex van mij. Raar want wij hebben elkaar in geen twintig jaar gezien of gesproken. De gedachten vulde letterlijk mijn hoofd. Ik kon niets doen, of er kwamen gedachten op als “wat zou zij doen?” of “hoe zou zij dit oplossen?”. Op een gegeven moment waren de gedachten zo aanwezig, dat ik letterlijk, nergens anders aan kon denken.

De grote diepte van depressie ligt alweer enige weken achter mij. Het gaat, stukje bij beetje, beter. De wens tot zelfmoord is niet meer aanwezig, of in ieder geval teruggekomen van concrete plannen tot een abstracte wens. Niet meer dagelijks. Dat is winst. De dwanggedachten zijn inmiddels een stuk minder, maar deels nog immer daar. Wat blijft is het gevoel waardeloos te zijn, het zoeken naar werk levert alleen maar afwijzingen op.

Wat in ieder geval winst is, is dat gestopt ben met roken. Nou ja bijna, ik rook er nog 3 á 4 per dag. Het is een wat ingewikkelde manier van stoppen, maar het werkt  duidelijk wel.

Geef een reactie