De foute adverteerdersstaking

De laatste dagen is er nogal wat reuring ontstaan over het adverteren op sites als “GeenStijl” en “Dumpert”.  In het kort komt de redenering hierop neer. De betreffende sites publiceren vrouwonvriendelijke inhoud en zulke inhoud is natuurlijk verwerpelijk. Toch?

Er is nogal wat mis met de oproep tot een adverteerdersstatking die de NRC en de Volkskrant nu doen. Ik zal de grootste bezwaren even op een rijtje zetten.

Het is arbitrair. Het is niet alsof GeenStijl en Dumpert zomaar ineens vrouwonvriendelijke stukken plaatsen. Zij doen dit al jaren. Eigenlijk is het aantal vrouwonvriendelijke stukken behoorlijk weinig, als men het vergelijkt met, bijvoorbeeld, stukken tegen buitenlanders, stukken tegen de ‘linkse kerk’, of bijvoorbeeld op fascistische leest geschoeide stukken. Beide publicaties houden er aparte  ideeën op na en dat is duidelijk in de stukken die men publiceert. Nu er, plotseling, een aantal vrouwen zich openlijk tegen de publicaties verzetten omdat zij vrouw onvriendelijk zijn, is bizar. Al de andere dubieuze inhoud mag klaarblijkelijk, zolang deze maar niet vrouwonvriendelijk is.

In Nederland hebben zij een behoorlijk lange traditie van verschil tussen commercie en publicatiebeleid. Feitelijk hebben de adverteerders weinig in de melk te brokkelen, voor wat betreft inhoud. Dat is eigenlijk zoals het hoort te zijn. Publicaties horen, voor zover het de inhoud betreft, niet afhankelijk te zijn van adverteerders. Als een individuele adverteerder zich niet kan vinden in de inhoud, dan kan zij ervoor kiezen de advertenties terug te trekken. Ten burele van de redactie leidt dit mogelijk tot discussies, welke verdacht vaak in het het voordeel van de redactie beslecht worden. Met de oproep tot een adverteerdersstatking begeven de NRC en de Volkskrant zich op glad ijs. Wat als een groep adverteerders zich niet kan vinden in de manier waarop de NRC over Israël bericht, of zich niet kan vinden op de manier waarop de Volkskrant over Donald Trump bericht. De (hoofdredactionele) commentaren over deze  adverteerders zouden niet van de lucht zijn.

De publicaties zijn onderdeel van de Telegraaf Media Groep, TMG. Op zich is de adverteersstaking niet een effectief middel tegen de gewraakte publicaties. Zij zijn onderdeel van de TMG, de kwade genius achter GeenStijl, GeenPeil, WNL en ga maar door. Verliezen op de ene site kunne worden opgevangen door adverteerders op een andere site. Het netto effect van een adverteerdersstaking is daardoor nauwelijks effectief.

Er is een markt voor. Hoe verwerpelijk de inhoud van beide publicaties ook mag zijn, er is klaarblijkelijk een markt voor. Met enig gusto wordt de inhoud van de publicaties gelezen door een niet gering deel van de internet gebruikers. Dat is de groep die aangesproken dient te worden, niet de adverteerders. Dat is de groep van mensen die de vrouwonvriendelijke berichten van de publicaties op zijn minst voor lief nemen, al is er wat te zeggen voor het met de vrouwonvriendelijke berichten eens zijn. Daar zit het echte probleem. Bereik die groep van mensen maar eens te bereiken. In zichzelf een aardige klus voor de NRC en de Volkskrant, maar een die zei niet aan wensen te gaan.

Het brengt de persvrijheid in gevaar. De persvrijheid is niet een eclectisch gebeuren wat voor de ene publicatie, bijvoorbeeld de  NRC of de Volkskrant, geldt en voor de andere, bijvoorbeeld GeenStijl, niet geldt. Als wij er prat opgaan dat de persvrijheid belangrijk is, dan is die vrijheid net zo belangrijk voor GeenStijl, als voor de NRC of de Volkskrant. De persvrijheid impliceert dat onwelgevallige artikelen, zoals bijvoorbeeld vrouwonvriendelijke artikelen, met dezelfde egards behandeld worden als ons welgevallige artikelen. Het oproepen tot een adverteedersstaking druist regelrecht tegen dat principe in.

Ik had nooit gedacht dat ik verwerpelijke inhoud, zoals die GeenStijl, zou moeten verdedigen, maar het is bijna zover in dit land.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *