Verzet tegen Wilders

Bij de verkiezingen van 2009, verkiezingen voor het Europees Parlement, werd de PVV de tweede partij, in stemmen, van Nederland. Daar heb ik mij indertijd op twitter nogal druk over gemaakt. Wat overigens ene Bert Brussen in het verkeerde keelgat schoot, kritiek op Wilders mocht niet van hem.

Tot en met de val van het kabinet Rutte 1, jij weet wel met de ‘gedoogsteun’ van de PVV, heb ik mij druk gemaakt over de PVV. Niet alleen vanwege het Islam standpunt, ook met zorgen over mensen met een niet PVV mening, zorg, wetenschap, de rechtsstaat en dergelijke. Het vinden van gelijkgestemden, gelijk met mij gestemden, is niet moeilijk. Het organiseren van protest, of zelfs verzet, tegen Wilders daarentegen is schier onmogelijk. Uitspraken als ‘ja maar vrijheid van meningsuiting’, ‘hij benoemt dingen’, ‘democratie’ en ‘het zal wel loslopen’ zijn aardige indicaties over het gebrek aan motivatie. Eerlijk gezegd werd ik ook de scheldpartijen en doodsbedreigingen een beetje zat. De overheid, in casu de politie en het OM, zaten niet te wachten op het vervolgen van bedreigingen via internet.

Sinds 2009 is er veel veranderd in Nederland. De grote partijen, met uitzondering van Groen Links, nemen naadloos het woordgebruik van Wilders over. Termen als ‘mislukte integratie’, ‘men moet integreren’, ‘moslim terroristen’ en ‘gevaar voor de samenleving’ staan goed in verkiezingsprogramma’s. Kijk maar naar Wilders, hij krijgt daar een van de drie stemmen mee. Het enige positieve daarin is dat twee van de drie stemmen niet naar Wilders gaan, en dat is een hele schrale troost. Laten wij eerlijk zijn, het enige wapenfeit in het opponeren van Wilders is een veroordeling, nog niet eens definitief, voor het roepen van ‘minder, minder, minder’.

Nu, een paar weken voor de verkiezingen, is er van een stevige vuist nog steeds geen sprake. Er zijn wat relletjes over de twitterberichten van Wilders, maar afstand nemen, of krachtig en bij herhaling veroordelen van de PVV, is er, behalve als het over photoshop gaat, niet bij. Dat kan ook niet. Inmiddels is er in Nederland sprake van een cultuur waar het bijvoeglijk naamwoord wat afkomst lijkt te indiceren van individuen nog belangrijker is dat het individu. Wij spreken niet over Nederlanders, maar over Marokkaanse Nederlanders, of Surinaamse, Turkse, Molukse of Antilliaanse Nederlander. Wij hebben ook een bijzonder soort terrorisme bedacht; moslim terrorisme. Wij hebben het nooit over katholiek, protestants of atheïstisch terrorisme. Sterker, terroristische daden door niet moslims, noemen wij bij hoge uitzondering  een aanslag,en de daders noemen wij met nog meer moeite terrorist. De islamfobie is echter een verschijnsel waar men dan niet van begrijpt hoe dat zo een grote vlucht heeft kunnen nemen.

Er is wel verzet, Wilders een facist noemen is erg populair bijvoorbeeld, en er zijn Facebook pagina’s tegen Wilders. Helaas zijn dat bijna lachwekkende inspanningen. Niet dat ik twijfel aan de goede bedoelingen van de mensen die die pagina’s vullen, maar hun inspanningen maken met elkaar nog geen deuk in een pakje boter.

Het is het Menno ter Braak syndroom, en hij had nog een handjevol medestanders die ruim voor 1940 hard waarschuwden voor de Nationaal Socialisten, zoals de NSB en NSDAP, maar pas toen het te laat was ging men luisteren. Eerlijk gezegd weet ik niet of Nederland nog wel een aangenaam land is, maar ik vrees met grote vreze voor de nabije toekomst.

Om redenen van persoonlijke aard heb ik indertijd de handdoek tegen Wilders in de ring gegooid, en daarmee ben ik medeschuldig aan de groei van de PVV. Mijn enige verdediging is dat ik het in ieder geval geprobeerd heb.

Geef een reactie