Boos

De beheerders van de smoelenboek pagina “Nederland mijn Vaderland” zijn boos. Boos op mensen die vinden kinderen niet opgevoed moeten met racistische. Boos op Nederlanders zonder een melkwitte huidkleur. En boos op Facebook.

Facebook is, voor hen die het niet weten, een platform waar men allerlei zaken in beeld en geschrift kan delen met anderen. Wij noemen dat een sociaal medium, Jimbo en ik. Facebook is gratis, hoewel het door een commercieel bedrijf geëxploiteerd wordt. Voor het gebruikt stelt Facebook wel regels, zeg maar een mening over wat toegestaan en niet toegestaan is. In weerwil van wat veel mensen zien als een beperkende opvatting, is dat wel het goed recht van Facebook.

Nu is -of was, de status van de pagina is momenteel dat zij niet beschikbaar is- de pagina van “Nederland mijn Vaderland” een pagina met een dubieuze, zeg maar controversiële, inhoud. Dusdanig controversieel dat de inhoud controleurs van Facebook zich genoodzaakt zagen om de pagina ontoegankelijk te maken. De pagina is naar hun mening in strijd met de voorwaarden van Facebook en zij uiten die mening om de pagina te blokkeren. Niks mis mee.

Voorspelbaar denken de beheerders van de betreffende pagina anders over. Zij wentelen zich in onschuld en huilen dat Facebook hun recht op vrije meningsuiting kortwiekt. Naar alle waarschijnlijkheid beroepen de beheerders zich op een artikel van de grondwet; artikel 7, eerste lid, Dat artikel luidt:

Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.

Nog even daargelaten dat Facebook niet een ‘drukpers’ is, Het gestelde in de grondwet moet vaak letterlijk genomen worden. Zo regelt de grondwet het briefgeheim. Uit andere regelgeving en jurisprudentie valt op te maken dat het briefgeheim niet geldt voor brieven die digitaal verstuurd zijn. Hoewel vrijheid van meningsuiting zich verder uitstrekt dan de drukpers en er geen jurisprudentie is over de vraag of iemand wel vooraf verlof nodig heeft om via het internet een mening te uiten, is de aanname dat het betreffende artikel ook andere publicatie technieken betreft vooralsnog prematuur. maken de beheerders hier een tweetal cruciale denkfouten. De eerste is dat het verbod op voorgaand verlof niet betekent dat na publicatie van hun, zoals gezegd twijfelachtige, mening, die twijfelachtige mening alsnog het recht van de drukpers ontnomen kan worden. De tweede is dat het recht van vrije drukpers niet inhoud dat er zoiets als een plicht tot publicatie bestaat. Net zo als het hen vrijstaat om hun mening te uiten via de drukpers, staat het de eigenaar vrij haar mening te uiten door te weigeren iets de drukken.

Facebook dient zich, zoals een ieder, aan de wet te houden. Hoewel zij een geschiedenis heeft waarin zij regelmatig de grenzen van de wet opzoekt, in het bijzonder doet zij dat bij wet- en regelgeving omtrent de persoonlijke levenssfeer,  is hier niet sprake van een onwettige actie van Facebook. Nergens in Nederlandse wet is een plicht tot publicatie te vinden, anders dan door de rechter bevolen.

Het staat de beheerders van de pagina “Nederland mijn Vaderland” vrij om een ander publicatie platform te zoeken om hun, bij vlagen verachtelijke maar altijd kwetsende, gedachtegoed uit te dragen. Internet biedt legio mogelijkheden om dat te doen. Aangezien er ook legio websites zijn die dezelfde idiote opvattingen uitdragen moet het mogelijk voor de beheerders om een platform te vinden om hun mening, vrij van allerlei beperkende regels, te uiten.

In de tussentijd is het verstandig als de beheerders zich verdiepen in Nederlands recht. Dat kan nooit kwaad, en wellicht steken zij er iets van op. Zoals hoe hun recht op het vrij uiten van hun mening echt werkt.

Geef een reactie