Bloemen

Iedere zaterdag staan zij daar, de ouden van dagen. Tussen kwart over vijf en half zes. Wachtend op de Bloemenman. Keuvelend met elkaar. Over het weer, over de jongeren, over de wereld in het algemeen.

Geduldig wachten zij aan de rand van de leeggelopen parkeerplaats. De Bloemenman is onderweg, weten zij. Zij, de wachters, wonen in de complexen die de parkeerplaats omringen als een bastion. De ouden van dagen uit de senioren complexen.

De Bloemenman rijdt zijn auto met aanhanger vol bloemen langzaam naar de wachtenden. Op volgorde van aankomst kopen de wachtenden bloemen voor een prikkie. Goedkoop verkoopt de Bloemenman de bloemen. Maandag zijn zij onverkoopbaar, nu krijgt hij er nog wat voor.

Met de bossen bloemen als trofeeën gaan zij naar huis. Sommigen met een of twee bossen, anderen met vijf of zes bossen. Vanaf mijn balkon sla ik hen gade. Ik bedenk mij, iedere zaterdag staan zij daar.

1 reactie

Geef een reactie