Beethoven, Schiller, de EU en Broederschap

In 1985 besloten de regeringsleiders van de toenmalige Europese Economische Gemeenschap, de rechtsvoorganger van de Europese Unie, om het koor van het vierde deel van de negende symfonie van Ludwig von Beethoven, tot Europees volkslied te benoemen. Het ging daarbij, zo stelt men, om de muziek, doch het gedicht van Friedrich (von) Schiller dat de tekst vormt, moet een belangrijke rol hebben gespeeld. Het gedicht is onlosmakelijk verbonden met de negende symfonie van Beethoven, en spreekt een belangrijk idealisme uit. Het is precies dat idealisme dat de legitimatie is van de Europese Unie; saamhorigheid, medemenselijkheid en de eenheid van alle mensen.

Het gedicht ‘Ode an Die Freude’ schreef Schiller in een zeer optimistische stemming. IN basis geeft het gedicht vorm aan het idealistische gevoelen dat vreugd alle kwaden overwint en uiteindelijk alle mensen verenigt. Het is niet zomaar een keus van Beethoven geweest om het gedicht te gebruiken als thema van de negende symfonie. De vreedzame eenwording van Duitsland, wat in de negentiende eeuw nog een verzameling van prinsdommen, graafschappen en koninkrijken was en gezamenlijk bekend als het  Heilige Roomse Rijk,[inset_text_box class=inset-text-box-right]Natuurlijk is de geschiedenis van Duitsland complexer dan hier beschreven. Het voert te ver om dat hier uitgebreid te bespreken[/inset_text_box] was een romantisch ideaal in de negentiende eeuw.

Echter, het gedicht van Schiller overstijgt Duitsland. Ook Beethoven moet geweten hebben dat het gedicht niet zegt ‘alle Deutscher’, maar ‘alle Menschen’, en daarmee verwijst naar een grotere bevolkingsgroep dan Duitsers. Aangezien Schiller, en ook Beethoven die het gedicht nog een weinig aanpaste, geen beperking maakt in wie dan al die ‘Menschen’ zijn, blijft de conclusie dat het inderdaad over alle mensen, echte alle, gaat. [inset_text_box]Aan het eind gaat de tekst over de schepper en God. Er is echter geen enkele reden om aan te nemen dat deze verwijzing afdoet aan de boodschap. eerder versterkt zij de boodschap.[/inset_text_box]

Het is deze algemene Broederschap, eind vorige eeuw nog geroemd als het sterke punt van de EU, die nu onder druk staat. Sterker in Europa krijgt het idee dat er meer mensheden zijn, met superieure en inferieure mensheden, en dat Europa vanuit dat gedachtegoed moet opereren. In sommige lidstaten is dat ook de lijn die de regeringen in die landen ook volgen. In andere lidstaten zijn er politieke bewegingen die dat gedachtegoed graag willen afdwingen bij hun regering. Omdat het democratisch moet, maken deze bewegingen gebruik van de onderbuik gevoelens, dat alle niet Europese en niet Blanke mensen inferieur zijn aan de Blanke Europeaan. Een onderbuik gevoelen dt zij eerst zorgvuldig hebben gekweekt de afgelopen vijftien jaar.

Schiller zegt dat de magie van Broederschap, dat weer bijeen brengt wat de culturele en politieke modieuze gedachten nu scheiden. Misschien moeten wij meer naar hem luisteren.

Geef een reactie