Tolerantie

Het is een complex probleem in Nederland en wij doen er niets aan; tolerantie.

‘Wat’, ziet de auteur het internetkijkkindje denken, ‘hoezo is tolerantie een probleem? Het is juist de intolerantie die problematisch is!’. In zeker opzicht klopt dit, doch niet op de manier die vooraan in de hoofden van veel mensen ligt.

In de jaren van zeventig van de vorige eeuw, kwam in Nederland het xenofobe denken op. Partijen als  de Nederlandse Volks Unie en later ook de Centrumpartij kregen een aanhang die in het naoorlogse Nederland ongekend was. Termen als ‘Eigen volk eerst’ en ‘Vol is vol’ werden plots openlijk gebruikt. De partijen kenmerkten zich door een hoge mate van intolerantie van buitenlanders, in het bijzonder Surinamers en gastarbeiders. Gastarbeiders als Turken, maar zeker ook Portugezen, Spanjaarden en Italianen. Toen de Centrumpartij in 1982 een kamerzetel veroverde, kwamen andere politieke partijen in een ingewikkelde spagaat.

De nationalistische ideeën waren in zichzelf abject. Zij verwijzen naar naar de periode van vlak voor en in de periode 1940-1945, een periode die toen aanmerkelijk temporeel dichterbij was dan nu. En de wet van Godwin kon nog niet misbruikt worden, om iedere verwijzing naar die periode als irrelevant af te schilderen. De situatie was er een die wijlen Marten Toonder zou omschrijven als ‘Tom Poes, verzin een list’. De list werd verzonnen, in een totaal negeren van de Centrumpartij door alle andere partijen in het parlement, en de bijna voltallige journalistiek. Een tactiek die onze Zuiderburen niet zo gek veel later zelf zouden toepassen, onder de naam ‘cordon sanitaire’. De tactiek werkte. mede door de tactiek leden de nationalistische partijen een kwijnend bestaan in politiek Den Haag. 

Echter, de tactiek leed aan twee fundamentele problemen. Het totale negeren ging voorbij aan gevoelens die klaarblijkelijk onder een, zij het toen nog klein, deel van de bevolking leefden. Dat is het eerste fundamentele probleem. Juist het negeren van de gevoelens onder kiezers, is de bodem van de populariteit van wijlen Pim Fortuijn, en later de populariteit van Geert Wilders. Dit is een interessant gebrek in de tactiek, maar verder voor dit artikel niet van belang.

Het tweede probleem, raakt de gebruikte tactiek in het hart. De door de Centrumpartij geuite intolerantie ten aanzien van groepen inwoners van Nederland is niet te tolereren. De intolerantie is in zichzelf abject, en dient derhalve niet getolereerd te worden. Wij moeten uiterst intolerant, met intolerantie omgaan. Alleen, intolerant tegenover intolerantie is met zichzelf in tegenspraak. Het bestrijden van intolerantie kan niet door er tegenover intolerant te zijn, want dat is juist hetgeen men wil bestrijden. En het heeft, diepe en verstrekkende gevolgen.

Afgelopen weekeinde was de grachtenparade in Amsterdam. Het jaarlijks hoogtepunt van de Gay Pride week. Tijdens de parade verwaardigde zich een inwoner van Nederland, naar eigen zeggen een rechercheur in Groningen, zijn walging over homoseksuelen op twitter te uiten. Dit ging veel twitteraars te ver. Tot dan geen probleem. Het probleem ontstond omdat veel twitteraars de goede, of zo u wil slechte, man het recht op het uiten, en zelfs het recht op hebben van deze mening, ontzegden. In Nederland kennen wij een , in de Grondwet vastgelegde, vrijheid van meningsuiting. Hoewel niet absoluut, is het ook in de jurisprudentie een diep verankerd recht. De wet legt beperkingen op, maar van geen van de in wet opgenomen beperkingen, was sprake. Niettemin, werd de werkgever van de man, de politie, opgeroepen om hem te ontslaan. Want zo een intolerantie tegenover homoseksuelen, is niet te tolereren. Vrijheid van meningsuiting lijkt zich te beperken tot toegestane meningen. Een wat zorgelijke, en zeker af te keuren ontwikkeling.

Dus, ja, intolerantie is een probleem. Intolerantie van de afwijkende mening, met de daar aan hangende lynch gevoelens van hen die deze afwijkende meningen openlijk ten toon spreiden. Het overschrijdt iedere grens van fatsoen. 

Dat gezegd hebbende, wij leven in een land waar men mag zeggen dat de werkgever een werknemer moet ontslaan om zijn mening, een land waar de werkgever dat niet mag, en een land waar men mag zeggen dat men homoseksuelen walgelijk vindt.

Geef een reactie