Daar gaat zij

De dageraad houdt haar blik gevangen. Door de vitrage kijkt zij naar buiten en geniet van het spel van het zonlicht in de mist. Over haar schouder kijkt zij naar het bed. Hij slaapt nog. Een zucht van opluchting kan zij niet onderdrukken.

Door zijn wimpers kijkt hij naar haar. Haar blote lichaam maakt een fraai silhouet tegen de opgaande zon. Hij ziet haar naar de badkamer lopen. Met een gevoel van grote kalmte, draait hij zich om en valt in slaap. In haar hart weet zij dat het de enige goede weg is. Hoe moeilijk ook, hoezeer het haar ook tegenstaat. Het kan niet langer doorgaan. Met een kop thee gaat zij aan tafel zitten. Terwijl zij de pen pakt, loopt er langzaam een traan over haar wang. Als hij opstaat staat de zon al hoog aan de hemel. Met een kop koffie en een klein ontbijt gaat hij aan de tafel zitten. Dan pas ziet hij het papier, een gevoel van een naderende ramp zwelt op vanuit zijn buik. Hij steekt een sigaret op, met de moed der wanhoop begint hij te lezen.

Liefste, nee allerliefste,

Het is mij volkomen onduidelijk waar ik jou aan verdiend heb. Jouw liefde voor mij is soms overweldigend. Ik verdien zoveel aandacht, liefde en steun niet. Sinds wij samen zijn ben ik blij, ben ik eindelijk in rust. Nooit heb ik zoveel gehouden van iemand als van jou. Nooit heeft er iemand zo onvaardelijk van mij gehouden als jij. Niets kan er tussen ons komen, samen kunnen wij de hele wereld aan. Ik weet dat als ik val, jij mij vangt, dat als ik een knuffel nodig heb, ik die van jou krijg zonder te vragen. Jij voelt mij perfect aan, en ik denk ik jou ook. En, hoe bizar ook, dat geeft mij grote angst. Als ik naar huis ga, als ik op mijn werk ben, als jij naar huis gaat, de gedachte dat ik zonder jou ben, maakt mij gek. Langzaam verlies ik mijzelf in jou. Langzaam ben ik niet meer de vrouw waar jij verliefd op werd. Ik mis jouw nuchterheid, jouw relativeringsvermogen, en God weet dat ik dat juist hard nodig heb. Zeker nu. De angst om jou te verliezen maakt mij gek, de angst om mijzelf te verliezen, nog gekker. Iedere dag wacht ik op het moment dat jij zegt dat jij eigenlijk niet van mij houdt, dat jij mij de deur wijst, dat jij jouw geduld verliest en ontploft. En het gebeurt nooit, of toch ooit. Het idee dat het ooit gebeurt, is ondraaglijk. Sorry. Jij hebt geen idee hoe moeilijk ik het vond om jou groot verdriet te doen. Ik weet dat ik dat nu doe. Alleen als ik het nu niet doe, doe ik jouw alleen maar verdriet, en meer onrecht. Als ik een andere manier zou weten, zou ik het doen. Als ik ook maar een miniscule mogelijkheid zag om jou geen pijn, verdriet, te doen, zou ik het doen. Ik verlies mijzelf, verlies mijzelf zo snel, door de persoon die mij mijzelf heeft laten vinden. Het spijt mij zoveel, ik weet ook dat ik het noot meer goed kan maken. Ik moet gaan. Ik weet dat het zinloos is om jou te zeggen dat jij mij moet vergeten, dat jij mij niet moet zoeken, dat jij hier wel overheen komt. Maar toch, laat mij, alsjeblieft. Als ik echt iets voor jou beteken, laat mij. Misschien kan jij mij ooit vergeven, misschien komen wij ooit weer samen, en kan jij mij weer in jouw leven toelaten. Voor nu kan ik dat alleen maar hopen, alleen maar hopen dat ik jou ooit kan uitleggen waarom. Ik hou zoveel van jou, dat het pijn doet,

XXX

De sigaret brandt tot aan zijn vingers, de pijn haalt hem uit de trip van ongeloof. Langzaam dringt de enormiteit van haar vertrek tot hem door. Snappen doet hij het niet.

Zij kijkt haar man aan, “Het is over met hem:, zegt zij, “nu kan jij ook vertrekken”, terwijl zij de brief van haar advocaat aan hem geeft.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *