Roos

Zij heet Roos*, eigenlijk Rozemarijn maar zo wil zij niet genoemd worden. Een vrouw uit mijn verleden. Wij hadden een, zoals men het heden ten dage noemt, vriendschap met voordelen. Waarbij, de eerlijkheid gebied, de vriendschap het regelmatig won van de voordelen.

Wij hadden eigenlijk best veel zaken in het leven gemeen. De school, achteraf logisch het is de plek waar wij elkaar leerden kennen, humor, smaak in boeken, smaak in theater, afkeer van dansen en zeker in onze biografieën was er veel parallellen. Waar wij in verschilden, bijna als dag en nacht, was muziek. Strijk en zet vond zij mijn muziekvoorkeuren niks, en ik de hare. Met een pikante uitzondering; Kevin Rowland and Dexy’s Midnight Runners.

Het waren de jaren tachtig. De koude oorlog bereikte een angstaanjagend hoogtepunt. De Sovjet-Unie overheerste Oost-Europa, wat met een muur en hek, gescheiden was van West-Europa. In Nederland was er een beweging van burgerlijk verzet. Zo groot verzet was er Nederland nooit eerder geweest, en ook daarna is het burgerlijk verzet zo groot geweest.

Roos zat in haar eindexamen jaar, ik had net mijn propedeuse Natuurkunde niet gehaald, toen de vriendschap echt begon. Het was de plek waar de meer alternatief georiënteerde jongeren hun weekeinde uitgaansavonden doorbrachten. Elf uur, mogelijk iets later, moet het geweest zijn, toen Roos binnenkwam. Met mijn vaste groep vrienden en vriendinnen was ik al binnen.
‘Come on Eileen’ draaide, op meer dan vol volume. Roos zag mij zitten, zwaaide en liep recht op mij af, onderwijl bezig met het uittrekken van haar jas. Het was mij niet eerder opgevallen, maar zij was ineens geen schoolmeisje meer, maar een jongedame, zeer aangenaam om te zien. Het enige wat ontbrak was haar, bijna eeuwige, glimlach.

Bij de paters Jezuïeten, het is een katholieke school, kwam de moord op de Poolse Pater Popieluszko hard aan. Wreed als het was, was het ook het moment waarop het ineenstorten van de Sovjet hegemonie eigenlijk begon, al moest dat nog enige jaren wachten voordat het daadwerkelijk gebeurde.

Om de muziek te overstemmen, bukt Roos naar mijn oor en schreeuwde iets onverstaanbaars. Gevleid dat deze jonge schone mij verkoos tussen alle andere, en mooiere, jongelingen, vond ik grote moed, pakte haar jas in de ene hand, Roos in de andere hand, en liep resoluut naar buiten. Zij keek mij aan, sloeg haar armen om mij heen en begon onvoorstelbaar hard te huilen. Haar vader had een hersenbloeding gehad, en lag in het ziekenhuis dood te gaan. Zij werd al dagen gek van verdriet. Echt goed kenden wij elkaar niet, maar haar intuïtie wou dat zij troost zocht bij mij. Jongelingen hebben weinig ervaring met de dood, ik had al teveel ervaring. Wij liepen tot de dageraad, zij alsmaar pratend, pratend over haar vader, pratend over de dubbelslachtige gevoelens, pratend over haar nogal bijzondere jeugd. Ik luisterde zonder ook maar een woord te zeggen, luisterde zonder ook maar een keer een oordeel te geven, luisterde want Roos moest gehoord worden.

De fluwelen revolutie, een wonder van geweldloos verzet. Wat begon met een herdenking van de 50e sterfdag van Jan Opletal, liep uit op een geweldloze revolutie in Tsjecho-Slowakije. Het, onjuiste, gerucht dat er bij een demonstratie een student was omgekomen, geeft de revolutie een extra impuls. Stakingen bij acteurs en studenten volgen. Demonstraties, met rinkelende sleutelbossen volgen. Op bijna de laatste dag van het jaar, wordt Vaclav Havel door het parlement tot president gekozen, terwijl Praag letterlijk vol stond met aanhangers.

Boedapest was ons reisdoel. In Praag zouden wij bij vrienden overnachten. Het was druk in Praag en druk is nog voorzichtig uitgedrukt. Nadat wij, noodgedwongen, getuige waren geweest van een van de belangrijkste gebeurtenissen in Europa na de Tweede Wereldoorlog, konden wij uiteindelijk naar onze vrienden. Het was triviaal, althans dat vond, en vind, ik. Vijf jaar deelden wij liefdes, teleurstellingen in liefdes, leed, plezier, soms een vakantie en met enige regelmaat het bed in wederzijdse liefdeloze periodes. Het begon bij het afwassen. Toevallig kende ik Roos haar actuele object van affectie, hij was een collega. Toevallig, want Roos en hij kenden elkaar van een concert, niet via mij. Niet dat ik mijn afkeuring uitsprak, het was niet aan mij en ik ben wijzer dan een vriendschap te verspelen over het triviale van de afkeur van een partner. Het was meer dat ik wel mijn, ongezouten, mening gaf. Dat ik hem als Casanova benoemde, schoot Roos in het verkeerde keelgat. Erg verkeerd. Het was het acute einde van een vriendschap. Een breuk die ons beiden, zo leerde ik later, erg veel pijn en verdriet deed.

Op enige wijze had ik eindelijk mijn verzameling van albums van of met Kevin Roland compleet. Hoewel ‘Come On Eileen’ altijd een prik van pijn gaf, blijf ik het een mooi nummer vinden. Het moment dat ik het voor het eerst sinds jaren weer afspeel, in de auto, viel er in Oekraïne een vliegtuig neer. En vulde Roos het contactformulier op mijn site in.

Vijfentwintig jaar later zit ik in verwarring naar mijn inbox te kijken. Het mailtje is duidelijk, Roos wil graag, met enige spoed zelfs, contact. Honderden vragen razen door mijn hoofd, sommige uitgesproken, sommige gemompeld, de meeste als vluchtig idee. Typisch voor mij, het duurt uren voor ik begrijp dat Roos niet gemaild heeft, maar het contactformulier heeft gebruikt. De spoed, dat zit mij niet lekker, vijfentwintig jaar wat maakt een dag meer dan uit, of twee, of een week. Als ik dan uren later antwoord, gaat binnen vijf minuten de telefoon. Het is alsof de vijfentwintig jaar niet gebeurd zijn, alsof 29 december 1989 niet heeft plaatsgevonden.  slaap lekker Roos.

 


*Ik lieg hoor, zij heet niet Roos 😎

1 reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *