Sociale rouw

Het grootste burger vliegtuig ongeluk uit de geschiedenis, de botsing op Tenerife van een 747 van de Pan Am en een 747 van de KLM, is een gebeurtenis die ik mij kan herinneren. Of het ongeluk in Faro, de El-Al vrachtboeing die zich in flats in Amsterdam-Zuidoost boorde, de kettingbotsing bij Breda. De Herald of Free Enterprise, het Heizelstadion, en Hillsborough/ Allemaal ongelukken die ik mij kan herinneren. Ook ingrijpend nieuws, zoals de schietpartij in het Kogeltje, de zaak Dutroux, de moord op Kevin Duinmeijer of de moordaanslag op Ronald Reagan, zijn in mijn herinnering.

Allemaal hebben deze gebeurtenissen tot grote maatschappelijke onrust gezorgd. Niet door iets ontwrichtends, maar wel door een groot, gedeeld, gevoel van onwerkelijkheid en  ongeloof. Eigenlijk allemaal gebeurtenissen die mensen raakten, maar het persoonlijke overstegen. Men zou het gedeeld verdriet kunnen noemen.

In het algemeen zijn dit soort gebeurtenissen bedreigend voor mensen. Het toont, op grote schaal, of zeer nadrukkelijk, de sterfelijkheid van ieder mens aan.  Een gegeven waar de mens liever niet op gewezen wordt. Sterfelijkheid is iets engs. Het maakt dat wij in de kern geconfronteerd worden met de nietigheid van ons bestaan. Het spreekwoord luidt niet zomaar ‘Van de doden niets dan goeds’. Het geeft aan dat wij die nietigheid willen ontstijgen.

Nu is de geest waarlijk een wonderlijk instrument. Het beschermt ons tegen tal van bedreigende invloeden. Het herschrijft de werkelijkheid op een wijze die ons zo min mogelijk bedreigt. Daarnaast geeft de geest gereedschap om de bedreiging, in ieder geval in onze eigen beleving, zo klein mogelijk en, bovenal, hanteerbaar te maken. Het meest bekende voorbeeld hiervan is humor. Door een ramp, of indringende gebeurtenis, in humor te vatten, wordt deze gebeurtenis niet alleen hanteerbaar, maar ernstig gerelativeerd. En omdat de gebeurtenis een collectieve bedreiging is, wordt de humor ook collectief gedeeld.

Echter er is het laatste jaar een kentering te zien in de wijze waarop de mensheid omgaat met deze collectieve bedreigingen. Een kentering die, oh ironie, vooral gevoed wordt uit sociale media. De ironie is dat juist het sociale aspect van de collectief ervaren bedreiging, nimmer zo een reikwijdte heeft gehad. Was de beschermende uitlating -bijvoorbeeld humor- voorheen voorbehouden aan kleine kring, en was de verspreiding ervan wel snel, maar steeds in kleine groep, nu is de kring schier oneindig. 

In gedeelde emoties zit iets veiligs. Als anderen hetzelfde lijken te voelen, dan zijn voor het individu de emoties niet meer bedreigend. Zelfs niet als de gebeurtenis die de emoties losmaakt, ernstig bedreigend is. Plots menen wij in uitingen van anderen, onze eigen emoties te herkennen. Dat is prettig. Wij benoemen onze emoties dan ook zoals die anderen, dat is al iets dubieuzer. Wij handelen en uiten ons derhalve ook als die anderen, en hier wordt het eng.

Onze verdedigingsmechanismen lijken plots niet meer te werken. Of beter, collectief spreken wij anderen aan op hun ongepast gedrag. Delen van beelden is ‘niet kies’, grappen maken ‘niet kies’. De norm van ‘kies’ gedrag is plots van verdediging verschoven naar holle frasen, zoals ‘medeleven’, en internaliseren van de emoties. Emoties die wij ook labellen zoals anderen dat doen, want dat schijnt het label te zijn die bij de emotie hoort. Plots denken en voelen wij niet meer individueel, maar collectief. De norm is ook tegenstrijdig. Een ramp is niet iets om grappen over te maken. Tegelijk ontkennen wij de ramp, door het niet willen zien van de, vaak vreselijke, beelden. Als wij het niet zien is het er niet.

Relativeren, humor, beelden zien, zijn allemaal onderdelen van gezonde rouwverwerking. Het is zeer instrumenteel dat wij bij begrafenissen of crematies, anecdotes ophalen aan de overledene. Niet alleen zorgt dat voor een positief beeld over de overledene bij ons, over de doden nog steeds niets dan goeds, maar het maakt ook dat het feit dat een geliefde of goede vriend(in) is overleden, minder bedreigend. Het schept ruimte tussen het sterfgeval en onze eigen sterfelijkheid. Het maakt het ervaren verlies draagbaar, begrijpelijk en verwerkbaar.

Het collectief voelen van verdriet, een fenomeen dat met de term ‘sociale rouw’ goed benoemd wordt, en daarmee het collectief verbieden van verdedigingsmechanismen, bedreigt collectief het welzijn en in uiterste consequentie de geestelijke gezondheid. Een belangrijke functie van de verdediging is om te voorkomen dat ziekten zoals depressie optreden. Het afbreken van die verdediging is werkelijk een grote bedreiging. Al zien wij dat niet zo.

Heel langzaam verworden de sociale media tot asociale media. Een vorm van communicatie die werkelijke communicatie verbied, en impliciete normen, die in gevallen gewoon overtreden dient te worden, maakt tot expliciete normen.

Vroeger zou men dat politiek correct noemen, de term dictatuur van de communicatie lijkt beter op haar plaats.

2 reacties

Geef een reactie