WWB II

Enige tijd geleden schreef ik een stuk over de Wet Werk en Bijstand, ook wel bekend onder de naam WWB. Dit, tweede deel, gaat over de zogenaamde tegenprestatie, en dan eigenlijk over de ideeën die bij landelijke politici leven, verdringing op de arbeidsmarkt en hoe gemeentes omgaan met de tegenprestatie.

De huidige Wet Werk en Bijstand stamt uit 2003, en vervangt de Algemene Bijstandswet van 1996. De huidige wet is tot stand gekomen onder de leiding van de toenmalige Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Mark Rutte. De huidige WWB voorziet reeds in een verplichte tegenprestatie.

 

De gedachte achter de tegenprestatie lijkt te zijn dat een bijstandsuitkering ‘gratis geld’ is en dat uitkeringsgerechtigde daar niets voor hoeft te doen. Vergeten wordt dat het overgrote deel van de uitkeringsgerechtigden een (zeer) lage geschiednis van betaald werk hebben. Al die werkzame tijd, hebben zij belasting betaalt. Slechts een (klein) deel van de door werkenden afgedragen belasting, komt ten goede van de individuele belastingbetaler. In dat opzicht, want de bijstand wordt betaald uit de belasting opbrengsten, heeft een belastingbetaler reeds op voorhand een tegenprestatie geleverd. Bovendien, iemand met een bijstandsuitkering betaalt ook belasting, al ontkennen sommigen, voornamelijk aan de politieke rechterzijde, dit. (Terzijde, de bijstand wordt uit algemene middelen betaalt. Dit geldt niet voor de volksverzekeringen zoals ziektewet, werkloosheidswet of arbeidsongeschiktheidswet).

Alleen al op deze basis, is de roep een tegenprestatie voor uitkeringsontvangers een idiote. Het is geen gratis geld, en iemand met een bijstandsuitkering zal dat direct beamen. Toch bepaalt de WWB in artikel 9 dat een tegenprestatie verplicht kan worden. Pikant detail is dat de §2.2, waar artikel 9 een onderdeel van is, heet ‘Arbeidsinschakeling en tegenprestatie. Klaarblijkelijk vindt de wetgever dit zo belangrijk dat Hoofdstuk 2, ‘Rechten en plichten’, met deze paragraaf begint.

Voor alle duidelijkheid, artikel 9 lid 1, zoals dat op 19 mei 2014 geldt, luidt,

De belanghebbende van 18 jaar of ouder doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd is, vanaf de dag van melding als bedoeld in artikel 44, tweede lid, verplicht:

  • a. naar vermogen algemeen geaccepteerde arbeid, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, te verkrijgen en deze te aanvaarden, waaronder begrepen registratie als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, indien hem daartoe het recht toekomt op grond van artikel 30b, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

  • b. gebruik te maken van een door het college aangeboden voorziening, waaronder begrepen sociale activering, gericht op arbeidsinschakeling, alsmede mee te werken aan een onderzoek naar zijn mogelijkheden tot arbeidsinschakeling en, indien van toepassing, mee te werken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a;

  • c. naar vermogen door het college opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden te verrichten die worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid en die niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt.

In gewoon Nederlands komt het artikel hier op neer. Iedereen die inkomsten heeft van een uitkering heeft, moet zich werkzoekende hebben geregistreerd bij het UWV, indien van toepassing, of bij het CWI. Daarnaast is men verplicht werk te aanvaarden, dan wel het werk te doen dat het college van B&W hem, of haar, opdraagt. Pikant is wat onder c genoemd is, onbeloonde maatschappelijke werkzaamheden -verder niet gespecificeerd in de wet- die niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt -het argument dat de PvdA met enige regelmaat gebruikt ter verdediging van de wijzigingen in de WWB.

In de uitvoeringspraktijk blijkt dat er nogal verschil bestaat tussen gemeenten over welke werkzaamheden nu opgedragen kunnen worden op grond van artikel 9. Er zijn gemeentes die het opdragen van werkzaamheden inderdaad alleen zien als het uitvoeren van regulier vrijwilligers werk. Dat wil zeggen, werkzaamheden die wij in het algemeen als vrijwilligerswerk bestempelen, zoals koffie schenken in verzorgingshuizen, het trainen van voetbalteams, het gaan wandelen met bejaarden, enzovoorts etcetera.

Meer gemeenten echter verplichten mensen met een bijstandsuitkering, om regulier werk te doen, in het kader van een aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling. Zo worden uitkeringsgerechtigden verplicht om vuilnisman -een buitengemeen zwaar beroep- te spelen, aardbijen te plukken, de postkamer van de gemeente te bemensen, of eigenlijk ieder vervelend werk, waar hoegenaamd niemand het nodig vindt om op te solliciteren. 

Omdat dat werk gebeurt in het kader van het terugkeren naar de arbeidsmarkt, wordt er geen extra financiële beloning aan de uitkeringsgerechtigden uitbetaald. Noch vallen zij onder een branche cao, hebben zij geen recht op ziektegeld, en worden zij geacht niet te klagen over de werkzaamheden. En zij worden onder het minimumloon betaalt. Een situatie die een reguliere werkgever niet in haar hoofd hoeft te halen om te doen, het minimumloon is een wettelijk recht. In praktische zin, zijn zij de slaven van de gemeenten, en de bedrijven, geworden. Klagen, weigeren om het werk te doen, en zelfs ziek worden, kan bestraft worden met een korting op de uitkering, die kan oplopen tot 100% van de uitkering. Uitkeringsgerechtigden moeten hun gelijk vaak bij de rechter halen, daar beklag bij de bezwaarschriften commissie van de gemeente, over de getroffen sanctie, korting op de uitkering, vaak tot niets leidt.

Het goedkoop aanbieden van arbeidskrachten door gemeenten, leidt tot verdringing op de arbeidsmarkt, en is daarmee in strijd met de wet. In ieder geval de intentie van de wet. Burgemeesters dienen nog eens goed na te denken of zij zich hiervoor willen laten lenen.

Hoewel het onweerlegbaar is dat er mensen zijn die een bijstandsuitkering hebben, en nimmer van plan zijn om regulier werk te aanvaarden, is dit een een verdwijnend kleine minderheid. Om een ieder die een bijstandsuitkering ontvangt te verplichten om arbeid te verrichten, tegen een loon dat lager dan het minimumloon ligt, is moderne slavernij. Bovendien is het gestoeld op een misconceptie van de groep bijstandsgerechtigden als geheel, en dient het puur als smoesje om aan te geven dat politici echt onvriendelijke maatregelen te nemen. Het zou minister Asscher en staatssecretaris Kleinsma sieren, als zij het gewraakte artikel 9, en artikel 9a, uit de nieuwe WWB zouden laten verdwijnen. Zoals de wet nu voor de Eerste Kamer ligt, plenaire behandeling gepland op 24 juni, lijkt dat echter ijdele hoop.

(En dan laat ik de gedoogpartners van het kabinet, nog buiten beschouwing).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *