De NRC en de pedofiel

Gisterenochtend, 15 februari 2014, bracht de NRC een artikel op haar website, over de verblijfplaats van de voor pedofilie veroordeelde Benno L. Dat was een, voor een krant die zich kwaliteitskrant noemt, wat bevreemdend artikel. Niet alleen was het een artikel dat ik eerder in De Telegraaf dan in de NRC verwachtte, maar er lijkt geen enkele aanleiding voor het artikel. In het algemeen is de NRC terughoudend in dit soort berichtgeving en het is niet duidelijk wat de auteurs er mee wilden bereiken, anders dan melden waar Benno L. zich bevindt.
Mijn vraagtekens bij het artikel werden gedeeld door tenminste één journalist op twitter. En ook de auteurs gaven reacties. Het zijn nu de reacties van de auteurs die mij nog meer bevreemde.

Een van de twee auteurs, Elif Isitman, vindt dat artikel goed past in de openbare discussie, in het bijzonder van het openbaarheid van bestuur. Dat is een wat apart argument. Er kan, en dient, een permanente discussie te zijn over de openbaarheid van bestuur, en wat daar de grenzen in zijn. Klaarblijkelijk vindt de NRC redactie dat in deze discussie feiten over het bestuur gemeld dienen te worden, die inhoudelijk buiten het domein van de openbaarheid horen, namelijk beschermde gegevens omtrent personen. Sterker, het betreffende gegeven over de pedofiel, is geheim, en de bestuurders die daar weet van hebben, mogen hier in het openbaar geen uitlatingen over doen. (Leest u even mee Burgemeester?) Bovendien kan de discussie ook door de NRC gevoerd worden, zonder dit gegeven te melden. 

De andere auteur, Theresia Schouten, had een nog bizarder argument. Het artikel voldeed, aldus Schouten, aan de ethische normen. Immers er waren meerdere bronnen geraadpleegd, en de betrouwbaarheid van de bronnen was gecontroleerd. Dus is het artikel ethisch in orde. Hier verwart Schouten professionaliteit, meerdere bronnen en betrouwbaarheid checken, met ethiek. Op mijn vraag of de maatschappelijke gevolgen van het artikel ook ethisch waren, werd dor Isitman afgedaan als cirkel redenering, een soort discussie dat zij liever in de kroeg voert.

Blijkbaar zijn de redactie van de NRC, en de auteurs, al dan niet onder invloed van hun cirkelredeneringen in de kroeg, in het geheel delen van hun ethische code vergeten. Zo luid artikel 19 van de Code Voor Journalistiek:

De journalist ontziet de privacy van slachtoffers, nabestaanden, patiënten maar ook van verdachten en daders door de algemene herkenbaarheid van betrokkenen in de berichtgeving te vermijden in al die gevallen waarin deze personen onevenredig nadeel van herkenbaarheid zullen ondervinden en voor zover het vermijden van herkenbaarheid niet in strijd is met het belang van een adequate berichtgeving.

Dit raakt de kern van mijn verwondering. Is het herkenbaar, het online artikel noemt hem te weinig geanonimiseerd, bij naam en toont een herkenbare tekening, brengen van Benno L. nodig in het belang van adequate berichtgeving? Natuurlijk niet, een verwijzing naar “een pedofiel”, of eventueel “een veroordeelde pedofiel” volstaat, ruimschoots, om adequaat bericht te gewin hierover.

Ook de leidraad van de Raad voor de Journalistiek, biedt aanknopingspunten waarom de inhoud van het artikel -tenminste- een brug te ver is. Zo luidt artikel 1.5:

De journalist vermijdt eenzijdige en tendentieuze berichtgeving, maakt geen misbruik van zijn positie, verricht zijn werk in onafhankelijkheid en vermijdt (de schijn van) belangenverstrengeling.

En artikel 2.4.1:

De journalist zal de privacy van personen niet verder aantasten dan in het kader van zijn berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk is. Een inbreuk op de privacy overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek wanneer deze niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie.

En artikel 2.4.6:

De journalist voorkomt dat hij gegevens in woord en beeld publiceert waardoor verdachten en veroordeelden buiten de kring van personen bij wie ze al bekend zijn, eenvoudig kunnen worden geïdentificeerd en getraceerd.
Aan deze regel is de journalist niet gehouden wanneer:
• de naam een wezenlijk bestanddeel van de berichtgeving is;
• het niet vermelden van de naam wegens de algemene bekendheid van de betrokkene geen doel dient;
• door het niet vermelden van de naam verwarring kan ontstaan met anderen die hierdoor voorzienbaar kunnen worden geschaad;
• het vermelden van de naam gebeurt in het kader van opsporingsberichtgeving;
• de betrokkene zelf de openbaarheid zoekt.

De derde bullet verdient hier aandacht. Was het noemen van de naam Benno L. te rechtvaardigen omdat anders anderen in problemen zouden kunne komen? Naar mijn oprechte overtuiging niet. Het niet noemen van de naam zou anderen niet in enig gevaar hebben gebracht. De stad waar de NRC Benno L. opgespoord heeft zit niet vol met mensen die men voor zedendelinquent uitmaakt.

Naar mijn mening zijn al deze artikelen vergeten door de redactie en de auteurs, wat het artikel, in weerwil van wat Schouten beweerd, niet zonder meer een ethisch verantwoord artikel maakt. Hier zijn vragen bij te stellen, en in het kader van transparantie en openbaarheid van de journalistiek, en betrouwbaarheid van de journalistiek, die een echt antwoord verdienen.

Inmiddels heeft er een ‘demonstratie’ plaatsgevonden die op typisch naastenliefde wijst; de demonstranten eisen het vertrek van Benno L. uit hun gemeenten. Met een geweldige ontkenning wezen de auteurs de suggestie van de hand, dat zij uit waren op een ‘heksenjacht’. Iedereen met meer dan 1 milligram verstand, had die ‘heksenjacht’ wel kunnen voorspellen. Ongeacht het doel, zonder de berichtgeving van de NRC had deze ‘heksenjacht’ zich vandaag niet voorgedaan.

Dus nogmaals, beste auteurs, welk doel diende het benoemen van Benno L. nu? En waarom wat het ethisch verantwoord om het artikel te plaatsen?

En, voor mijn persoonlijke interesse, waarom zou neerbuigend, en teken gevend van een totaal gebrek van kennis van de retorica, vragen en reacties afdoen?

Tenslotte. Ik ben mij er van bewust, dat grote delen van de bevolking menen dat zedendelinquenten, en pedofielen in het bijzonder, geen rechten hebben. Voor hen heb ik de volgende mededelingen:

  1. Wij wonen in een rechtsstaat. Dat houdt in dat iedereen dezelfde rechten heeft. Als men dit wil veranderen, is druk op de politiek uitoefenen de juiste weg.
  2. Stel dat er een wet is die, bijvoorbeeld, het aanhangen van de PVV verbiedt. En u bent veroordeeld  voor het aanhangen van de PVV, zou u, na het uitzitten van uw straf, het fijn vinden om als lijdend voorwerp van een heksenjacht te dienen?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *