Bijstand en verdringing I

Nederland lijkt een beschaafd land. Een land waar de overheid lijkt te voldoen aan haar belangrijkste taak; het zorgen voor de veiligheid en welzijn van haar burgers. Lijkt, want op allerlei manieren tracht de politiek de overheid van haar primaire taak te ontheffen. Zoals bijvoorbeeld in haar taak om het welzijn van haar burgers te garanderen.

Nederland kende een uitgebreid stelsel van verzekeringen en andere instrumenten, die tot doel hadden om burgers te beschermen tegen de financiële gevolgen van rampspoed. Niet zonder grond was Nederland hier trots op. Een niet onbelangrijk onderdeel van dit stelsel is de bijstand. Dit instrument is een van overheidswege uitgekeerd inkomen, bedoeld om de groep mensen die geen inkomen kunnen verwerven, ongeacht de oorzaak daarvan, en geen recht hebben op inkomen uit de volksverzekering, toch van de basale levensbehoeften te kunnen voorzien. Levensbehoeften zoals een dok boven het hoofd, eten, drinken en dergelijke.De belangrijkste voorwaarde om dit deel van het stelsel goed te laten werken, is dat, zodra men een andere manier van inkomen weet te verwerven, men belasting betaalt, om -onder andere- de bijstandsuitkeringen te financieren. Hiermee is de bijstand een mooi voorbeeld van ‘Quid pro Quo’, voor wat, hoort wat. Of, om het in moderne taal te stellen, prestatie (het betalen van belasting) en contraprestatie (het uitkeren van bijstand, indien nodig).

De economische omstandigheden in 2013 maken dat de overheid minder inkomsten krijgt. De overheid vergaart haar inkomen voor het overgrote deel uit belastingen, in welke vorm dan ook. Omdat bijna alle belastingen afhankelijk van gegenereerde inkomsten, uit arbeid of omzet, zijn, lopen de belastinginkomsten terug bij een economische terugval. Er worden minder inkomsten gegenereerd namelijk. Hiermee ziet men twee, tegengestelde bewegingen. De inkomsten van de overheid lopen terug, en tenminste een deel van de uitgave van de overheid loopt op; de bijstand. De bijstand groeit, omdat omdat bedrijven minder omzet en winst maken, of zelfs verlies, en daardoor mensen hun baan verliezen. Terzijde, ook het aantal vacatures neemt hierdoor af. Na een periode een uitkering uit de volksverzekeringen gehad te hebben, belandt men, als men nieuwe baan heeft gevonden, in de bijstand.

Nu wordt een uitkering, zoals WW of WIA, al vaak gezien als gratis geld, en dat geldt voor de bijstand helemaal. Een valse redenering, want er is door het overgrote deel van de groep mensen die afhankelijk os van een bijstandsuitkering, op voorhand al geld gegeven. Het is dus geen gratis geld. (Er is een groep die nog nimmer de prestatie heeft geleverd waar de contraprestatie tegenover staat. Hier kom ik op terug).

De perceptie van gratis geld voor bijstandsgerechtigden, leidt tot een interessante, maar foute, ontwikkeling in regels omtrent het recht op een bijstandsuitkering. Omdat het als gratis geld wordt gezien, is de gedachte dat de overheid een prestatie levert aan de bijstandsgerechtigde, terwijl die daar geen contraprestatie tegenover hoeft te stellen. Dit is scheef, in deze gedachtelijn. Er is wel een oplossing; laat de bijstandsgerechtigde een contraprestatie leveren. Dat lijkt twee vliegen in een klap te slaan. De bijstandsgerechtigde blijft actief en in een omgeving met anderen, en zaken die voorheen niet gebeurden, maar wel toegevoegde waarde voor de maatschappij hebben, kunnen nu plaats vinden. Denk hierbij aan activiteiten die wij vrijwilligerswerk noemen.

Het lijkt het ei van Colombus. Echter zo werkt de praktijk niet. Gemeenten worden gestimuleerd -dat wil zeggen bijna verplicht- om bijstandsgerechtigden te stimuleren -lees verplichten- om vrijwillig allerlei activiteiten als vrijwilliger te ontplooien. Nu zijn de gemeenten, net als alle andere overheden en bedrijven- ook getroffen, in negatieve zin, door de economische teruggang van de afgelopen vier jaar. Om dat budgetair op te lossen, hebben gemeenten massaal taken afgestoten, minder frequent uitgevoerd, of zelfs helemaal gestopt. Gemeenten hebben dus een vrij grote, en groeiende,  werkvoorraad. Een werkvoorraad die niet zomaar kan blijven groeien. Omdat er, in deze afstoting van taken, ook werknemers worden afgestoten, kan de werkvoorraad niet, zonder het maken van kosten, worden weggewerkt. Het groeien van kosten is echter het omgekeerde van het doel van het afstoten van taken, namelijk het terugdringen van kosten voor de gemeenten.

Tegelijkertijd zijn er kostenposten die blijven groeien, in het bijzonder de kosten voor de bijstand.Hier komt de perceptie van ‘gratis geld’ zeer handig om de hoek kijken. Bijstandsgerechtigden, die door de gemeenten gestimuleerd moeten worden om allerlei activiteiten te ontplooien, kunnen nu door de gemeenten ‘gestimuleerd’ worden om werk uit de groeiende werkvoorraad uit te voeren. Werk dat voorheen door betaalde werknemers van de gemeenten werd uitgevoerd. Dit fenomeen noemen wij verdringen. Waarbij goedkope arbeidskrachten, lees bijstandsgerechtigden, werk moeten doen, wat eerder door duurdere, want zij kregen een volledig salaris, arbeidskrachten werd gedaan. De bijstandsgerechtigden verdringen dus de reguliere werknemers. Dit ondanks de verzekring van politici uit de coalitie, zoals Diederik Samsom en Halbe Zijlstra, dat er geen sprake mag zijn van verdringing.

Resumerend, door bijstandsgerechtigden -en gerechtigd betekent recht hebben op- te beschrijven als een groep mensen die gratis geld krijgen, mooie framing dat wel, maar zeer onjuist, wordt er een omgeving gecreëerd, waarbij het mogelijk wordt om reguliere werknemers te vervangen door goedkopere arbeidskrachten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *