Het interesseert u geen ruk

In de burgeroorlog in Syrië is vorige week gifgas gebruikt. Behalve de verschuiving in de media van Egypte naar Syrië, was ook een internationale verontwaardiging over het gebruik van gifgas, een gevolg hiervan. Net als een groot aantal overledenen, maar het aantal telt, alleen dat zij niet met een kogel om het leven kwamen, maar door gas.

De burgeroorlog in Syrië is al ruim twee jaar aan de gang. In die twee jaar heeft de internationale gemeenschap geen echt effectieve interventie gedaan. Ja, in het begin is er een halfslachtig diplomatiek offensief gedaan. Anders dan in Libië en Egypte, waar redelijk duidelijk was dat de tegenstanders van het toenmalige regime, datzelfde regime zou verjagen, is die duidelijkheid er in Syrië nooit geweest. Dat maakt het lastig om partij te kiezen, iets wat men in de internationale politiek altijd meent te moeten kunnen doen. Geen partij kunnen kiezen mondt uit in geen enkele actie ondernemen.

In al die tijd dat de internationale gemeenschap niets deed om de oorlog tot een vreedzaam einde te brengen, escaleerde het conflict. Aan de kant van het regime was de situatie duidelijk. Dat is een partij, met de president, Assad, aan het roer. Aan de kan van de oppositie is de situatie echter nogal diffuus. Allerlei partijen, waaronder de door het Westen als terroristen aangemerkte partijen, maar ook voor het Westen vriendelijke partijen, zijn deel van de oppositie. Het is die verdeeldheid die de regering Assad goed uitkomt. Niet alleen remt dat militaire interventies van buiten af, maar het maakt ook mogelijk om partijen tegen elkaar uit te spelen.

En de wereld staat erbij, en ziet het gebeuren.

En toen gebruikte iemand gifgas. De reacties waren niet van de lucht. Grote delen van de bevolking in de ‘geciviliseerde’ westerse wereld, vinden dat er ingegrepen moet worden. Burgers doden in een oorlog is onvermijdelijk, maar als er dan ineen beelden komen van slachtoffers van gifgas, op het journaal, tijdens de avondmaaltijd, dat gaat te ver. Dat willen wij niet zien.

Zien is hier het belangrijkste woord. Wij zien nu immer niet de onderdrukking van de oppositie in Egypte, iets waar het Egyptische leger zonder twijfel van gebruik maakt. Wij zien niet, al enige tijd trouwens, de burgeroorlog in Bangladesh. Waar, zoals het een oorlog betaamt, vreselijke dingen gebeuren. Wij zien niet wat er in Centraal Afrika aan vreselijke oorlogshandelingen gebeuren, de camera’s staan allemaal gericht op Syrië.

Hoe vaak in de afgelopen twee jaar heeft jij, lezer, gevonden dat er moest worden ingegrepen in Syrië? Hoe vaal voel jij jou betrokken bij de burgeroorlog in Syrië? Die passieve, afstandelijke, ongeïnteresseerde houding toont dat het ons geen ruk interesseert. Nu wel, nu huilen wij krokodillentranen, maar eigenlijk interesseert het ons nog steeds geen ruk. Anders waren wij er allang.

Nu zoeken wij naarstig naar de uitvoerder van de gifgas aanval, die is immers verantwoordelijk. De, in dit opzicht onvoorstelbaar naïeve, president van de VS weet dat de oppositie, waaronder de in Amerika toch wat verdachte Al Qaida, geen gifgas wapens heeft. Hoe hij dat zo zeker weet is mij een raadsel. De oppositie heeft immers in grote delen van Syrië allerlei wapen depots van de Syrische regering leeg gehaald. Als de regering gifgas wapens heeft ,is het niet moeilijk te bedenken dat de oppositie die nu ook heeft. En wij blijven maar zoeken naar een verantwoordelijke in Syrië.

Echter, door twee jaar aan de zijlijn toekijken hoe een burgeroorlog zich ontwikkelt maakt de passieve toeschouwers mede verantwoordelijk. Door niet in te grijpen, ingrijpen kan op vele manieren zonder wapengekletter, hebben wij allen schuld aan de gifgasaanval.

Die schuld wassen wij niet weg, door nu in te grijpen.

1 reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *