1040

Het komt mij voor dat de eis van 1040 contacturen les per jaar ruim gehaald moet kunnen worden. Dat is een nieuwe ontwikkeling bij uw chroniqueur. Eerder meende ik, ten onrechte, dat de werklast van onderwijsgevend personeel zo groot was, dat zij zelfs voor de eenvoudigste privé zaken geen tijd hadden. Dit blijkt echter onjuist te zijn. 37, weliswaar aan elkaar gerelateerde, incidenten hebben mij vandaag, nou ja gisteren, van gedachte doen veranderen. Een imposante aangelegenheid, doorgaans ben ik nogal begaan met de medemens, maar in deze is mijn vertrouwen in de goede bedoelingen van de onderwijsgevenden ernstig geschaad.

Uw chroniqueur kent onderwijsgevenden, ja meervoud. Zelfs onderwijsgevenden die dat liever niet zouden willen. Daarmee doel ik overigens niet op oud docenten, deze zijn reeds allen, al dan niet door het toedoen van de schrijver dezes, genietende van een welverdiend pensioen. Uw chroniqueur genoot nog onderwijs, toen de docenten nog konden spellen, lezen en schrijven, en de term “onderwijs genietend” nog als ironische beschrijving van het dagelijkse tijdverdrijf van scholieren kon worden gebruikt. De bikkels welke toen les gaven, en bikkelen deden zij, verdienen een goed pensioen. Maar heden ten dage, tsja alles is anders he?

Één onderwijsgevende uit de kring van uw chroniqueur meent kennis bij te kunnen brengen op een scholengemeenschap in onze jongste provincie. U begrijpt dat, om de reputatie van de goedwillenden onder het lerarencorps aldaar te sparen, de naam van deze onderwijsinstelling niet genoemd kan worden. De betreffende lesgevende was, zo was mijn stellige overtuiging, daar zo druk mee, dat het beantwoorden van schrijvens nu reeds meer dan zes jaar duurt. Een niet korte periode om een brief te beantwoorden. Het immer uitblijven van een antwoord vervulde mij met een bewondering voor de toewijding waarmee de lesgevende kennis in de jeugd van Nederland wenste te pompen, dat het bijna zover was dat ik de persoon ging voordragen voor een koninklijke onderscheiding. Officier in de Orde van Oranje-Nassau, want met minder hoeven wij tegenwoordig geen genoegen te nemen, dat doen ex-burgermeesters immers ook niet. Groot was dan ook de desillusie toen ik gisterenavond, woensdag 23 januari 2008, constateerde dat de lesgevende in kwestie, toch ruim tijd op haar werk heeft, om privé zaken te regelen. Niets mis mee overigens, iedere werknemer heeft wel eens zulke prangende zaken dat de baas op het tweede plan komt. Alleen dit was geen prangende zaak, het bekijken van 37 webpagina’s welke niet gerelateerd zijn aan het werk kan best wachten tot iemand thuis is. Zeker als daar, in het onderwijs helaas schaarse, middelen voor gebruikt worden die collega’s hard nodig hebben om hun taak wel naar behoren uit te voeren.

Het was een grote desillusie, ruim de tijd nemen om het internet af te struinen op zoek naar informatie over uw chroniqueur, maar nimmer de tijd vinden om een brief te beantwoorden. Het schijnt dat om in het onderwijs te werken, geen enkele vaardigheid meer nodig is. Schrijven hoeft niet, welke reden kan iemand anders hebben om een brief niet te beantwoorden. Lezen hoeft niet, als het niet schrijven is, is de lesgevende wellicht met het vorderen der jaren functioneel analfabeet geworden. Rekenen hoeft niet, dat is inmiddels algemeen bekend. Nee, de enige vaardigheid die een docent anno 2008 nodig heeft, is het kunnen besturen van een muis. En dat moet toch wel 1040 uur per jaar kunnen voor de klas. Toch?

Geef een reactie