Het Goede Doel

In de tijd dat uw chroniqueur jong was, lang lang geleden, was er een trend in de moderne Nederlandse muziek, een bepaalde vorm van muziek in onze moedertaal, ook wel Nederpop genoemd. Nu is Nederpop een verschijnsel van alle tijden. Zo hebben wij tegenwoordig Jantje Smit, Gerard Joling en Guus Meeuwis, maar de Nederpop waar hier op gedoeld wordt is meer van het niveau van Rowen Heze, of Blof. Het Goede Doel, samen met Toontje Lager en Het Klein Orkest zijn de vertegenwoordigers van de muziek stroming die uw chroniqueur bedoeld. Niet the Shorts of Robert Jacketti en de Scooters, hoewel die bands ook zeker hun verdienste hebben. Doe Maar wordt wel als de aanstichter van de opleving van de Nederpop in het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw gezien, maar dat is niet helemaal correct. The Golden Earring en Earth & Fire zijn de brug van de Nederpop van de jaren zestig, naar de Nederpop van de jaren tachtig. Doe Maar is de eerste band die hun muziektheorie omzette in het Nederlands. (Ja het is mij wel degelijk bekend dat de meeste muziek historici zich nu afvragen wat nou de brug is van Golden Earring naar Toontje Lager. Er naar luisterend zullen zij het nieet zo snel vinden, een kleine hint : palingsound).

Wat heeft dit alles nu met Het Goede Doel te maken? Nu ja Het Goede Doel heeft in de bloeiperiode een LP, de voor loper van de CD ongeveer 12 inch groot en ook van plastic, uitgebracht met de titel België. Een mooi knap gefabriceerd stukje werk, met knap opgebouwde songs, die nu meer dan twintig jaar later nog steeds kunnen. Eigenlijk een muzikaal klassiek stuk werk. Nu nog, kan ik in vervoering geraken als ik het hoor.

Dat is best wel vreemd, de twee voorhenken (Henk Temming en Henk Westbroek) hebben beide keuzes gemaakt waar hun integriteit qua musici nogal op de tocht kwamen te staan. Dat is niet helemaal eerlijk. Henk Westbroek runde een café in Utrecht, met dezelfde naam als de LP. Op een goede nacht, van vrijdag op zaterdag, toen opstootjes in café’s nog niet in het nieuws kwamen, de ME daarbij ook niet hoefde in te grijpen, en dat mensen nog zonder vuur-, slag- of stootwapen gingen stappen, was ik daar, met vrienden, aan het drinken. De heer W. kwam binnen, keek de kroeg rond, kwam bij ons staan, en verzocht ons vriendelijk, doch dringend om “op te rottuh”, in onvervalst Utrechts. Gebraagd naar de reden hiervoor kwam Henk met het briljante antwoord, “zijn [mijn] drinkgewoonte staat mij niet aan”.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *