Taalinflatie

In Nederland is de maatschappelijke trend onder autochtonen te bemerken, dat zij de Nederlandse Culturele Waarden sterk terug willen brengen in het maatschappelijk verkeer. Hoofddoekjes zijn een bron van ergernis, petjes -als typische culturele waarde- kunnen wel. Arabisch in het openbaar gesproken levert wrevel op, Nederlands is de norm.

Men zou verwachten dat een volk dat zo trots is op haar cultuur, met haar taal zorgvuldig zou omspringen. Immers, zeker voor het Nederlands geldt dat die taal ons cultureel onderscheidt van de rest van de wereld. Mogelijk is Vlaanderen een uitzondering hierop, maar aangezien de omroepen Vlaamse producties ondertitelen, zal het wel Vlaams en geen Nederlands zijn wat men in Vlaanderen spreekt.

Echter, de werkelijkheid is anders. Neem nu de termen ‘bewijs’ en bewijslast’. In juridische, maar ook gewoon taalkundige, zin zijn dit twee te onderscheiden begrippen. Volgens Van Dale betekent bewijs:
“feit of redenering waaruit de juistheid van een bewering onweerlegbaar blijkt”, en bewijslast: “verplichting voor de ene of andere partij om het bewijs van bepaalde feiten te leveren”. Twee duidelijk andere begrippen nietwaar? Nee, steeds vaker ziet men in berichten zoals deze, “Bewijslast tegen Joris Demmink”, of zelfs in het boegbeeld van rechts en cultureel correct Nederland dit artikel, “Jaaroverzicht 2006” de term “bewijslast gebruikt, waar bewijs bedoeld wordt. Klaarblijkelijk vindt men dat het bewijs als last op iemand drukt, een onjuiste lezing van het begrip bewijslast, het is de last die op iemand drukt om bewijs te leveren.

Als wij onze eigen taal zo slecht spreken, wie zijn wij dan om correct en juist taalgebruik van anderen te eisen?

Related Tags: Nederland, Taalgebruik

Geef een reactie