Clouseau

Zij ging zitten. Het nisje van vier zitplaatsen was al bezet door een man, maar gek genoeg vond ze dat wel een geruststellende gedachte. Na diep gezucht te hebben begon zij zorgvuldig sierraden van haar hand en armen te verwijderen. Een ring, niet expliciet genoeg om als trouwring te dienen, maar wel aanwezig op haar ringvinger, misschien was het een verlovingsring. Zij keek er even naar, en legde hem vervolgens op het tafeltje. Een gouden armband was hetzelfde lot beschoren. een witgouden kettinkje op haar linker pols werd ook bedreigd door haar sierraden striptease. Toch aarzelde zij.
Het was net alsof zij nu pas de man tegenover haar zag. Zij keek hem aan, zonder hem te zien. Hij kon nu haar gezichtscontouren goed bekijken, en deed dat ook ongegeneerd. Pas twee spoorwegovergangen later leek zij zijn gestaar in de gaten te hebben, zij lachte. Iets van “sorry” mompelde hij blozend. “Geeft niet,” sprak zei. Haar stem, meer nog dan de uitdrukking op haar gezicht, verraadde een intens droef verdriet. Pas toen zij haar oorbellen uitdeed, merkte hij de knoesten op haar vingers, die blijk gaven van jarenlang ringgebruik.
Zorgvuldig rolde zij de kostbare sierraden op in een tissue. Even keek zij hem aan, vragend bijna. Een bijna onzichtbaar schudden van zijn hoofd en legde de tissue weer op het tafeltje. “Lul,” sprak zij onverwacht hard. Hij trok zijn wenkbrauwen op in geschrokken verbazing. Zij lachte. “Nee U niet hoor,” vulde zij haar lach aan. De trein gleed bijna ongemerkt het station binnen, alles leek niet te bestaan. Met een gedecideerd gebaar pakte zij de tissue op. En even gedecideerd wierp zij het in de prullenbak.
Op het perron zei zij tegen haar onbekende reisgenoot, “hij moet mij niet meer, nou dan niet.” Zij liep weg. Even verbouwereerd als geintrigeerd keek hij haar na. “Daar gaat ze,” zong hij zacht.

Related Tags:

Geef een reactie