Bekentenis

Het is tijd dat het maar eens bekend wordt. Te lang hou ik het min of meer geheim, terwijl het toch iets is wat zwaar op mijn geweten drukt. Voor hen die niet in het bezit zijn van een geweten, Geert of Rita bijvoorbeeld, zal ik even trachten toe te lichten wat een geweten is.

Het geweten is de cognitieve functie die ons in staat stelt goed van kwaad te onderscheiden. In het algemene perspectief is kwaad vaak goed bepaald. Goed, daarentegen, is meestal bepaald als datgene wat niet kwaad is.
Kwaad is dat wat intermenselijk als schadelijk wordt ervaren. Het is echter niet beperkt tot het intermenselijke verkeer. Alles wat de maatschappij in de breedste zin moedwillig schade toebrengt, zonder dat daar een zwaarder wegend positief zijn tegenoverstaat, is een kwaad. Zijn is in deze de som van concrete en abstracte wezensvormen; van het tastbare materiële, tot het zeer abstracte immateriële. Goed is alles wat niet kwaad is.
Als men het eigen handelen kan bepalen in termen van goed en kwaad, en daarbij de heersende norm over kwaad verinternaliseert, heeft men een correct werkende gewetensfunctie.

Wat drukt er dan zo op mijn geweten dat ik daar op deze, openbare, plaats een belijdenis over af wens te leggen?
Om dat uit te leggen zal er eerst een beschrijving moeten komen van het creatieve proces. Een creatie, zoals een log, komt voort uit de geest van de creator. In dit geval de schrijver. Het is de geest die de idee vormt, de formuleringen weegt, en uiteindelijk het oorspronkelijke werk van letterkunde tot geboorte laat komen. Het scheppingsproces doet echter veel pijn. Het gaat gepaard met schrijven, weghalen, verplaatsen, herformuleren. Kortom, voor de uiteindelijke creatie daar is, is er aan verbouwd, getimmerd, overwogen en heroverwogen. Iedere creatie is, en daar zit de pijn, een zielsdeel van de creator. Iedere wijziging, hoewel door de creator zelf uitgevoerd, voelt de creator in zijn ziel. Tegelijkertijd, gaat iedere creatie een eigen leven leiden. De context van scheppen is nimmer de context van consumeren. De grotere ideologie van de creatie, dat wat de creator wenst over te brengen gaat bij voorbaat al verloren in de kleinere ideologie van de consumptie. De consument heeft ten slotte geen toegang tot de zielscontext van de creator en kan, derhalve, nimmer de ware bedoeling van de creatie reconstrueren. Dat iedere creatie een eigen leven leidt, impliceert dat de creatie een eigen ziel heeft en met die ziel maakt de creatie zijn eigen context.

De lezer heeft nu verlet om een kopje thee te drinken.

In de eigen ziel van de creatie zit nu het gewetensprobleem. Het maakt de creator, in deze ben ik dat, tot een apart wezen. De creator heeft de mogelijkheid om ongestraft de ziel van de creatie te vervormen. Soms met liefde en geduld, soms met grof geweld. Maar iedere druk op de externe ziel, de creatie ligt uiteindelijk buiten de creator, maakt de creator tegelijkertijd tot een vreselijke martelaar. De creatie kan zo gemarteld worden, dat de creator uiteindelijk over moet gaan tot de vernietiging van de creatie. Zo verwordt de creator, van gepijnigde ziel tot een moordenaar.

Ik heb, een conservatieve schatting nog wel, zo een slordige tienduizend creaties tot de prullenmand verwezen. Tienduizend moorden. Ik persoonlijk heb tienduizend dode zielen op mijn geweten. Ik ben een compulsieve seriemoordenaar.

En dat is pas een bekentenis.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *