Jan Peter en de Moraalridders

In Nederland hebben wij een scheiding tussen kerk en staat. Erg strikt is de scheiding niet, aan het einde van de Troonrede spreekt het staatshoofd de bede uit, maar de scheiding is er wel. Een belangrijk gevolg van deze scheiding is dat personeel van de overheid, ook wel bekend als ambtenaren, hun werk moeten uitvoeren, zonder dat zij een berope kunnen, of mogen, doen op religieuze wetten die het uitvoeren van bepaalde handelen mogelijk verbieden. In bredere zin kunnen ambtenaren niet een beroep doen op hun geweten om werk te weigeren.
Tot het einde van dienstplicht was hier een belangrijke uitzondering op, jongens die gewetensbezwaren hebben konden hun dienstplicht buiten het defensie apparaat vervullen door, bijvoorbeeld, in verzorgingstehuizen een deel van de verzorging van de bewoners op zich te nemen. Nu is de dienstplicht afgeschaft, en kunnen ambtenaren ten principale geen beroep doen op gewetensbezwaren.

Het ontbreken van een beroep op gewetensbezwaren door ambtenaren heeft een belangrijke rationale. Een ambtenaar werkt, vrijwillig, voor de overheid.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *