Hofland

Henk Hofland is een van mijn helden, vandaar het volgende commentaar bij dit artikel.

Er zijn genoeg eisen die men aan een journalist mag stellen. Zij -of hij- moet haar werk goed doen, alles controleren en daar waar mogelijk en nodig weerwoord vragen en opnemen. Dat zijn er een paar. Een niet onbelangrijke is ook het machtig zijn van de taal welke men gebruikt in haar werk. Helderziendheid is er volgens mij geen, doch de schrijfster van bovenstaand artikel meent van wel.

Het gebruik van het woord ‘maar’ -overigens onterecht als begin van een nieuwe zin- duidt op een tegenstelling, in deze ‘Hofland is een groot journalist, MAAR hij heeft een foute voorpselling gedaan’ -ja dat is een parafrase. In deze constructie is de tegenstelling goed journalist die helderziend is, versus goed journalist die de gave van helderziendheid ontbeert.

Een van de eigenschappen die Hofland een groot journalist, en passant ook een groot schrijver, maken is het goede en heldere taalgebruik. De andere eigenschap die Hofland tevens een groot mens maakt is zelfinzicht. Hij heeft geen visie over de technische ontwikkelingen in relatie tot het ambacht van de journalistiek, dus uit hij die visie niet.

Hem dat kwalijk nemen getuigt niet alleen van kleinburgerlijkheid, maar ook van gebrek aan visie van de schrijfster. De schrijfster volgend in haar redenering, is de schrijfster eigenlijk geen journalist.

(Daar waar een geslachtelijke vorm -vrouwelijk of mannelijk- gebruikt wordt, zonder een nadere aanduiding van de natuurlijke persoon kan men ook de andere geslachtelijke vorm -dus respectievelijk mannelijk of vrouwelijk- lezen.)

Geef een reactie