Regeren is vooruitzien

Het zal u, de lezer, mogelijkerwijs ontgaan zijn, maar op 22 november 2006 zijn er verkiezingen voor de Tweede Kamer van de Staten-Generaal. Deze datum ligt vroeger op de kalender dan de origineel geplande datum in mei 2007. De oorzaak daarvan is gelegen in de houding en het gedrag van Rita V., minister van een beleidsterrein in het kabinet van Hare Majesteit.

De vervroeging van de verkiezingen leidt tot een stroomversnelling bij een aantal politieke partijen in het proces van het creëren van verkiezingsprogramma’s, en voor de oudere lezers zoals ikzelf die heetten vroeger partijprogramma’s, en het opstellen van kieslijsten, gevuld met individuen welke zich in staat achten om het verkiezingsprogramma van de betreffende partij de komen vier jaar in de Tweede Kamer van de Staten-Generaal te verdedigen. Terzijde, het is wat bizar dat de meeste partijen eerst de lijst met kandidaten presenteren en daarna pas de verkiezingsprogramma’s, de kandidaten weten dus eigenlijk niet van te voren WAT zij precies moeten vinden. Dat zet wel vraagtekens bij de kwaliteit van de kandidaten.

Een belangrijk thema in de komende verkiezingen is de Algemene Ouderdoms Wet, ook wel AOW, en voor de oudste lezers ons ook bekend als ‘krijgen van Drees’. Bij haar aantreden in 2003 liet het kabinet Balkenende, of Bakellende, II ons weten dat de vergrijzing, het demografische verschijnsel dat de gemiddelde leeftijd van de Nederlandse bevolking toeneemt met een onevenredig grote vertegenwoordiging van burgers met een kalenderleeftijd welke boven de 64 jaar ligt, in de nabije toekomst een onaanvaardbaar grote aanslag op ‘s-Rijksfinanciën zou plegen. Allerlei doemscenario’s passeerden in actualiteitsrubrieken, in de krant, op internet en op TV en radio, de revue. Het vroegpensioen, ook wel bekend als de VUT, moest worden afgeschaft, de pensioengerechtigde leeftijd moest worden verhoogd van 65 naar 67 en, last but not least, mensen met een aanvullend pensioen, gelden naast de van overheidswege geregelde AOW, moesten gaan meebetalen aan de AOW. Zouden deze maatregelen niet getroffen worden, zo betoogde Jan-Peter B., in een prachtige tweestemmige aria met Gerrit Z., dan werd de vergrijzing onbetaalbaar, en zouden de solidariteitsproncipes welke ten grondslag liggen aan de AOW -huidige werkenden brengen de AOW op via belastingen voor de groep leeftijdsgebonden inactieven- onder zware druk komen te staan. Over de solidariteitsprincipes kom ik in een later stuk wel terug. Nu gaat het even oner de AOW, en de door het vorige kabinet, en het huidige overigens, voorgestelde oplossingen.

Nog geen vier jaar nadat de grondvesten van de AOW ter discussie stonden, brengen de twee partijen van de huidige coalitie hun verkiezingsprogramma’s uit. En wat is het geval nu ineens? Uitgebreide politieke analyses, van onder andere de amateurdetective Maurice De H., geven aan dat ingrepen in de AOW wel eens zou kunnen betekenen dat er minder mensen, lees AOW’ers, op de partij gaan stemmen die die ingrepen voorstaan. Dat is natuurlijk onaanvaardbaar; als men eenmaal op het pluche zit, moet men daar blijven zitten, ten koste van alles. Ook is het aandeel in stemmen dat de AOW’ers hebben, tegenwoordig best groot. Er is een toenemend aantal AOW’ers en, door de immer voortschrijdende medische wetenschap, zijn zij beter in staat om de politiek te begrijpen dan voorheen. Kortom de AOW’ers -voorheen ook wel bejaarden genoemd- zijn een electorale doelgroep van betekenis. Met dit gegeven blijken CDA en VVD ineens vergeten te zijn dat hun mantra ‘de vergrijzing is onbetaalbaar’ verwijst naar een mogelijk financieel dram voor de Nederlandse Staatshuishouding.

Sterker, zij gaan nog een stap verder. De eerste partij die in haar verkiezings programma voorstellen doet om de structuur van AOW te veranderen, de Partij van de Arbeid nota bene de uitvinders vna de AOW, wordt om die plannen verguist. En zo gek zijn die plannen niet. Eigenlijk behelsen zij een fiscale anomalie die heden ten dage nog steeds bestaat met betrekking tot de AOW.

CDA en VVD hebben in de afgelopen jaren bewezen dat de overheid in hoge mate onbetrouwbaar is. Gemaakte afspraken met burgers en lagere overheden zijn massaal unilateraal gewijzigd door het kabinet Bakellende II. Toezeggingen uit eerdere regeerperiodes worden niet nagekomen en ingeslagen beleid is afgekapt. Burgers die hun handelen ingesteld hebben op wat er van de overheid te verwachten viel, zien zich gesteld voor een duivels, meestal financieel, dillema. Nu bewijzen CDA en VVD dat zij zelf, als politieke partij, onbetrouwbaar zijn.

Regeren, zo wil het gezegde, is vooruitzien. Het maken van verkiezingsprogramma’s, en de verkiezingsprogramma’s zelf, hebben heden ten dage geen enkele relatie, wat betreft het CDA en de VVD, met regeren. Mark R. en Jan-Peter B., zijn beide bijziend, en dat is meer dan symbolisme.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *