Bewijs (toch?)

Stel, en ik weet dat ik hiermee mogelijkerwijs een grote inspanning van de internetkijkkindertjes vraag, als een academisch en hypothetisch geval dat jij betrokken bent in een conflict. Niet een met geweld en slaan en zo, maar een conflict met een mede-internetkijkkindje. Jij weet wel, iemand betaalt de schade die zij heeft aangericht niet, of iemand scheldt jou uit voor prostituee, zoiets dus. Natuurlijk hangt het af van jou gelijk hoe jij het noemt. Heb jij gelijk, dan zeg jij al gauw ‘conflict’, zit jij er naast dan zal jij een eufemisme gebruiken als ‘verschil van mening’ of, als jij erg fout zit, ‘verschil van inzicht’.

Nu wil het maar niet lukken om het conflict op te lossen. Het mede-internetkijkkindje gaat niet in op oplossingen die jij aandraagt, integendeel, zij zet alles op alles om het conflict breder, dieper en en in het algemeen groter te maken, om zo enige oplossing die afwijkt van het vermeende of gefingeerde gelijk van het betreffende internetkijkkindje. Zij is nu gepromoveerd tot een langestukkenschrijfkindje, en legt daar al haar, toch zeer beperkte, cognitieve vermogens in, om haar fantasieën en dromen op een zo coherent mogelijke wijze aan het papier toe te vertrouwen. De aldus ontstane, al dan niet literaire, fictie wordt vervolgens door een, in logistieke processen gespecialiseerd, bedrijf bij jou door de brievenbus geschoven. Jij doet een, zeker qua literaire stijl niet onderdoend oor het zojuist bij jou gedeponeerde, stuk welke de werkelijkheid beschrijft, met gezwinde spoed aan jouw correspondentievriendin toekomen. Om nu een heel proces van epistels over te slaan, schieten wij naar het onvermijdelijke gevolg van al dit geschrijf, een geding, uitgevochten voor de burgerlijke rechter. Op zich niet een onaangenaam plan, zo een functionaris moet ook iedere dag werken om geld te verdienen, en als het conflict eenmaal bij deze functionaris belandt is, draagt dit weer bij tot de zingeving van het werk wat deze functionaris uitvoert. En hier begint mijn irritatie.

Natuurlijk is het ieders goed recht om iets aan de rechter voor te leggen, het is een handeling die ik toch met enige regelmaat, helaas, doe. Echter, en waarom is mij volkomen onduidelijk, direct nadat de rechter zich met het conflict is gaan bemoeien, wordt de betoogtrant, welke toch al onsamenhangend is, van het langestukkenschrijfkindje, geheel overschaduwd door een nimmer aflatende stroom van uitingen waar toch duidelijk uit spreekt dat men in het geheel niets heeft begrepen van de geldende regels, normen en waarden welke men hanteert ingeval het conflict onder de rechter is. (Een vreemde term overigens, ik heb nimmer een rechter zien zitten of staan op een conflict. Doorgaans zitten zij op een zetel en staan zij op de grond.) Niet alleen treedt men ieder rechtsbeginsel met voeten, op zich niet een verwonderlijk verschijnsel gelet op de complexiteit en subtiliteit van het juridisch steekspel, maar zelfs goed nederlandse termen om het steekspel te beschrijven worden ernstig misbruikt. De meest pijnlijke in deze is de volgende.

Als men in een geding iets stelt, dient men dat te bewijzen. Dat is de grondregel van het civiel recht. Dat gegeven noemt men de bewijslast. Deze week heb ik herhaaldelijk advocaten, en dat was ooit een professionele beroepsgroep, de term ‘bewijslast’ horen bezigen, daar waar de term ‘bewijs’ had moet worden gebruikt. Als iets niet bewezen is, is het bewijs onvoldoende, en voldoet men niet aan de bewijslast welke op iemand rust. Het is dus niet dat er dan een onvoldoende bewijslast is, de bewijslast blijft onverminderd bestaan.

Binnenkort heb ik een toets over civiel recht, ik ben benieuwd.

Geef een reactie