Vonnis

Na de vrij langdurige, en in deze moderne tijd tot vervelends toe geanalyseerde, voorlezing van de vonnissen in de strafrechtszaak bekend als ‘De Vervolging van de Hofstadgroep’, zit ik met een aantal vragen. Of beter met een aantal onduidelijkheden.

De eerste is een nogal voor de hand liggende, maar geen enkele analyticus, journalistiek, rechtsgeleerd of gewoon een toevallige passant bij een van de talloze radio programma’s gestelde, vraag is: “En Samir A?” Deze, volgens justitie levensgevaarlijke terroristische, persoon heeft, althans volgens dat zelfde openbaar ministerie, innige banden met de Hofstadgroep. Valt zijn proces nu in de schaduw van de overwinning van de kleine angstige geesten, de bedenkers van het verbod op gedachten, of horen wij daar binnenkort gewoon niets meer over?

Een zwaarder probleem is echter het volgende. Alle verdachten, en dus ook alle veroordeelden, zijn Nederlanders. Zij zijn in Nederland geboren. In Nederland kwamen zij op hun, mijns inziens erratische, gedachten en geloofsovertuigingen, die in hun uiterste consequentie leiden tot geweld. In zichzelf is dat overigens weer niet bijzonder, de meeste, zo niet alle, gedachten en geloven, waarbij geloven in de ruimste zin als enige vorm van dogmatisch denken moet worden gezien, leiden in hun uiterste consequentie tot geweld. Geheel in overeenstemming met hun volksaard zijn het de Duitsers die een groot denker voort hebben gebracht die dit als eerste formuleerde, Goethe. Maar dat is nu even niet opportuun om over uit te wijden.
Het is een kenmerk van de moderne samenleving dat wij steeds meer vervreemd raken van onze historie, omgeving en gewetenswaarden. Daar waar de kleinburgerlijke persoon kiest voor het starten van persecuties over imaginaire koopovereenkomsten van hoeveelheden oud roest, welke zij liefkozend ‘tot stallen omgebouwde zeecontainers’ noemen. Of het tot de rechter toe uitvechten van de aansprakelijkheid van gefantaseerde schade aan hun stalen ros. Daar kiezen de veroordeelden, en de vrijgesprokenen ook overigens, voor de weg van de meeste weerstand. Zij creëren hun eigen geloofssysteem. Hoe falend ook, dit is toch een prestatie van formaat in een samenleving welke de basis van hun geloofssysteem, een almachtig opperwezen met onfeilbare profeten, al gauw tot het rijk der psychotische fantasieën rekent. Onderwijl is diezelfde maatschappij blind voor het gegeven dat het juist de morele afwijzing is, die overigens ook nog eens getuigt van een gebrek aan historisch besef of kennis van theologische systemen, die deze jongelieden drijft naar het extreme van hun geloofssysteem.

De veroordeelden komen niet uit een achterstandspositie. Zij kennen niet de uitbuiting welke eerder in de onherbergzame gebieden van de Oriënt plaatsvindt dan in het rijke en open Nederland. Zij zijn ook niet dom. Stuk voor stuk zijn het ontwikkelde personen, geschoold in de goede omgang, met een meer dan gemiddelde intelligentie. In hun poging om hun geloofssysteem in overeenstemming te brengen met de ervaren werkelijkheid niet begeleid. Sterker, afgewezen in hun drang naar coherentie van hun wereld.

Ik ben inderdaad van mening dat de extreme vormen die hun geloofssysteem heeft aangenomen, zeker is te verklaren, tot op zekere hoogte, uit het onbegrip om hen heen. Onbegrip maakt ongeliefd. Ongeliefd leidt tot separatie. En in separatie is er geen enkel natuurlijk tegenwicht om balans in het geloofssysteem te brengen. Een uit balans geraakt geloofssysteem leidt tot extremisme.

Een ding hebben zij voor op de kleinburgerlijken. De oprechtheid. Dit maakt hen voorspelbaarder dan wie dan ook. Geef mij maar tien extremisten, liever dan een kleinburgertje.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *