De Lachende Scheerkwast

Als ik zo mijn logjes lees, dan moet ik onwillekeurig denken aan mijn leraar Nederlands van de laatste twee jaar van het VWO. Drie dingen van hem staan mij nog zeer helder bij.

De eerste is het conflict wat hij met mij had in de laatste maanden van het eindexamenjaar. De goede man schoof een opmerking van mijn buurman over de literaire kwaliteiten van Gerard van ’t Reve terzijde met de volzin, ‘Jij bent maar een leerling, dus heb jij altijd ongelijk’. Op mijn vraag of iemand met zo een opvatting eigenlijk wel geschikt was voor een dienstverlenend beroep als docent Nederlands, meende hij bevestigend te moeten antwoorden. Toen ik daarop liet blijken dat ik zijn opvattingen over zijn klanten, en over mijn buurman en mij in het bijzonder, nogal dubieus vond, stelde hij voor dat ik dan maar elders lessen Nederlands zou moeten volgen. Het leek mij een goed plan en ik voegde de daad bij het woord door mijn spullen te pakken en te vertrekken. Grote consternatie bij hem was het gevolg, en mijn populariteit steeg bij mijn klasgenoten mateloos. Gesprekken met de conrector en mijn groepsdocent brachten geen oplossing. Ik wou pas weer in de lessen verschijnen als hij zijn excuses aanbood. Hij op zijn beurt wou mij pas weer in de lessen als ik mijn excuses aanbood. Beiden waren wij nogal standvastig, dus excuses werden er op dat moment niet gemaakt. Wel was hij behulpzaam bij het zoeken naar een oplossing voor het laatste -mondelinge- schoolonderzoek. Zeer tegen de schoolgebruiken in, was ik in de luxe positie dat ik zelf mijn gecommiteerde mocht uitzoeken, en zo kwam ik toch nog aan een redelijk cijfer voor Nederlands. Op de avond van de diploma uitreiking hebben wij uitgebreid met elkaar gesproken. Hij bekende dat hij eigenlijk wel bewondering voor mij opstelling had, en ik heb toch maar mijn excuses aangeboden.

Het tweede wat mij van hem bijstaat, is dat hij een tomeloze bewondering had voor Gerard van ’t Reve. Zo erg dat ik mij wel eens heb afgevraagd of de goede man, getrouwd en wel, mogelijk toch aantrekkingskracht tot lieden van zijn eigen geslacht had. Ervaringen van medeleerlingen van het andere geslacht, de meisjes zeg maar, leerden mij dat hij zeker een sterke aantrekking voelde tot het andere geslacht.

Het derde wat mij bijstaat is hoe hij meende om te moeten gaan met de vrijheden welke leerlingen in het algmeen, en ik in het bijzonder, voNden dat zij konden nemen bij het onderdeel stelopdracht. Hoewel ik vrijwel altijd een hoog cijfer had, kon hij het niet laten immer denigrerende opmerkingen over mijn stijl te moeten maken. Mijn stijl is wat gepolijster, maar nog immer complex. Net zoals die van Godfried BomanS en Maarten Biesheuvel. Dat hij die laatste twee schrijvers in het geheel niet tot de moderne literatoren vond behoren, moge duidelijk zijn.

Waarom heet dit stukje nou “De Lachende Scheerkwast”? Nou de goede man was vrij groot en had spierwit haar. Daarbij was hij goedlachs. Een klasgenoot, die bewuste buurman uit het stuk hierboven, doopte hem toen tot “De Lachende Scheerkwast”, naar het televisieprogramma van Wim T. Schippers voor de VPRO.

Met dank aan mijn leraar Nederlands, Gaston Hilkhuijsen en Wim T. Schippers.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *