Krasje?

Voor de automobiel bezitters onder de internetkijkkindertjes kan het geen onbekend onderwerp zijn; een beschadiging van het geliefde vervoermiddel. Nu zijn er twee soorten bezitters van genoemd vervoermiddel. Zij die het gebruiken als vervoermiddel en zij die het als verlengstuk, of zelfs vervanging, zien van hun eigen ego. In het geval van vervanging van het eigen ego is het woord substituut wellicht beter van toepassing, immers het eigen ego is danig in de war of zelfs afwezig. Het is die laatste groep, en dan zeker de ondergroep van de egoloze automobielrijderkindertjes, bij wie een beschadiging van het beminde en over vereerde vervoermiddel kan leiden tot ernstige afwijkingen in de perceptie van het wereldgebeuren. De geconstateerde beschadiging van hun verafgode koekblik op wielen doet iedere zin tot realiteit verdwijnen zoals de zinnigheid verdwijnt bij de AIVD medewerker als zij een moslim in traditionele kledij voorbij ziet schrijden.

Wij kunnen bij dergelijke lieden gerust spreken van een obsessieve automobielofilie. Niet autofilie, dat is een reeds gereserveerde term voor obsessieve zelfliefde. Hoewel dat toch ook weer van toepassing is, immers deze lieden hebben hun ego ingewisseld voor een apparaat wat zijn voortbeweging dankt aan Rudolf Diesel en Otto Wankel. Iedere vermeende afwijking van de staat van het object van hun obsessieve affectie leidt onvermijdelijk tot een groot gevoel van rouw en verdriet.

In deze toestand verliezen zij de alledaagse werkelijkheid regelmatig uit het oog. Uitdrukkingen als ‘Die eikel had wel voorrang, maar ik was eerder op de kruising’ of erger zelfs ‘Hier ga je voor boeten lul’, juist als de aangesproken persoon in het geheel geen blaam treft voor het ontstaan van de afwijking van het uiterlijk van het gereedschap wat de automobielofiel zo innig liefheeft, geven aan hoe diep de gevoelens insnijden bij deze, op het gebied van het object van hun affectie, hypersensitieve personages.

In enkele, naar alle kennis van de psychiatrische wetenschap ongeneeslijke, gevallen gaat de obsessie zo ver dat, indien men zich door het natuurlijke proces van slijtage gesteld ziet voor het onvermijdelijke moment van afscheid, men het geliefde stalen ros inruilt voor een onooglijk exemplaar, volgens de -overigens onjuiste- gedachte dat geen enkel ander exemplaar, de zojuist verscheiden auto kan vervangen in hun, o zo arme, gevoelsleven.

In wat lijkt op eeuwige rouw rijdt men dan rond in een exemplaar van het genus automobiel, wat op het eerste gezicht zo uit de cross wedstrijden, welke ieder weekeinde plaatsvinden in het land, is weggereden, per ongeluk de openbare weg op. Het vehikel in kwestie heeft in zijn leven al zoveel butsen, deuken, krassen en verwondingen opgelopen dat hij eigenlijk direct bij aanschaf al rijp is om direct de gelijke weg van hun voorganger te gaan, maar in blinde rouw heeft de automobielofiel hier geen oog voor.

Wee echter wanneer er mogelijk een butsje, kras, deuk of ander trauma deze auto treft. Daar waar de gewone mens door de bomen het bos niet meer ziet als het ware, en bomen in Drenthe zijn zo ongeveer het grootste gevaar voor automobielofiel, ontsteekt de automobielofiele eigenaar van de rijdende verzameling butsen, deuken, krassen en andere beschadigingen in blinde razernij. Hun overgekookt gevoelsleven, nog helemaal onbeheersbaar ten gevolge van het verlies van het vorige exemplaar, slaat over naar hysterie. Het vooruitzicht dat een extra buts, kras, deuk of andere verwonding het karakter van hun verlengde of gesubstitueerde ego voor immer zal veranderen, of erger dit ego substituut ook naar het kerkhof aller auto’s zal brengen, leidt onvermijdelijk tot onbezonnen, irrationele en voor de omgeving onbegrijpelijke acties.

Beschuldigingen van samenzweringen, criminele vernieling, karaktermoord en wat al niet vloeien uit de mond van de automobielofiel, alsof deze nooit anders gedaan heeft. Kosten noch moeite worden gespaard om het zo vertrouwde karakter van het ego weer terug te krijgen.

De prognose voor dergelijke patiënten is somber, zeer somber. De reguliere psychiatrie heeft geen plaats voor de arme mensen, zodat zij zich moeten wenden tot andere, vaak duurdere, hulpverleners, welke tegen betaling van een niet gering uurtarief, beloven de schuldige aan de eigenlijk onherstelbare karakterverandering van hun ego aan de hoogste boom te nagelen, uit kleden en alle, materiële en immateriële schade op de daders te verhalen.

Het resultaat van al die acties mag echter reeds van te voren bekend zijn. In gemoede kan zelfs de automobielofiel, alleen heeft deze patiënt geen gemoede, niet beweren dat het mogelijke, een extra beschadiging, ook daadwerkelijk in alle realiteit heeft plaatsgevonden. Die kater komt hard aan.

Echter, eer de ongeneeslijk zieke patiënt doorheeft dat al dat wat beloofd is door de ingeschakelde hulpverlener, niet tot bewaarheid komt, valt de rekening op de mat. En de ziektekostenverzekeraar betaalt die niet.

Het is voor deze, vergeten, groep van mensen dat ik graag een lans wil breken. Hans Hoogervorst, leden der Staten-Generaal, 4 In het Land en Hart van Nederland besteed aandacht aan deze groep van patiënten. Laat wetenschappelijk onderzoek uitvoeren, en wel per direct. Maakt u niet druk om vijfendertig euro vergoeding, gebruik dat geld in het belang van de gehele Nederlandse samenleving. Maak hen weer gelukkig.
Nederland ik roep u op: DENKT AAN DEN AUTOMOBIELOFIEL.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *