Het recht van het Kanton

Ons rechtssysteem is in grote mate gestoeld op het Romeinse recht. Dit is een direct gevolg van natuurlijk de Romeinse Cultuur, maar ook van de overheersingsdrift van de heer Napoleon B. aan het einde van de romantische periode in de Europese Cultuurgeschiedenis. Overigens kan de Duitse invloed op ons strafrecht in het geheel niet worden onderschat, dit is ook het gevolg van de overheersingsdrift van een kleine man; Adolf H.

Een anomalie welke echter uit de Napoleontische tijd stamt is het kantongerecht. Nederlands is, in juridische zin, opgedeeld in Hoven, welke weer opgedeeld zijn in Arrondissementen, en die zijn weer opgedeeld in Kantons. Vandaar: Kantongerecht. (Ik neem aan dat dat het nu de oplettende internetkijkkindertjes duidelijk is dat het Kantongerecht niet onderdeel van een obscure menukaart is in een nog obscuurder restaurant.)

Goed het Kantongerecht dus. Zittingen van dit edelachtbare college zijn, in principe, openbaar. Dit volgens het aloude adagium -en de verbaal minder begaafde internetkijkkindertjes verwijs ik graag naar hier voor een verklaring van dit wat oude woord- ‘Recht moet gedaan zien worden’.

Nu is de laatste tijd in de ogen van de minder intelligent toebedeelde internetkijkkindertjes weinig zichtbaar recht gedaan. Zo heb ik het politieke internetkijkkindje Geert W. horen zeggen dat de rechters in Nederland ‘te gek zijn om los te lopen’. (Volgens mij heeft hij gelijk; men moet wel een bepaalde psychiatrische afwijking hebben om zich zomaar de kritiek van, met door waterstofperoxide verweekte hersenmassa’s, zich politicus noemende personen zomaar te laten welgevallen, maar dat terzijde.)

Om nu met eigen ogen te zien hoe recht gedaan wordt in Nederland, nodig ik de internetkijkkinderen uit om op 24 november 2005 naar het Kantongerecht in Meppel te gaan, om daar het volgende schouwspel waar te nemen. (Voor de verlegen internetkijkkindertjes onder ons, voor dit waarnemen hoef je niet naar binnen.)

Zo tussen half tien en tien, des ochtends, kunt u daar tenminste twee personen van het, vermoedelijk, vrouwelijke geslacht, al dan niet met gevolg, triomfantelijk naar binnen zien treden. Dit om, met een redelijke schatting, na zo een drie kwartier enigszins ontdaan het pand weer te verlaten. De door hun gedaagden, en ik geloof dat ik met een gerust hart kan melden dat ik een van die personen ben, hebben het namelijk bestaan om zich, schriftelijk, te verzetten tegen de door hun ingestelde vordering. En niet zo een beetje schriftelijk, het kan bijna als Harry Potter deel 9, Harry Potter en de magische Containers, worden uitgegeven. Immer in de beste traditie van immer dikker en immer meer.

Geef een reactie