Glimpjes

Zij is altijd al gek geweest op glimmende dingen. Nepzilveren ringen, je weet wel die voor € 2,= of minder op iedere prullariamarkt kan kopen. Geld natuurlijk ook. “Geld glimt het mooist”, denkt zij vaak. Het enige voordeel van een pinpas is dan ook dat je er grote hoeveelheden geld mee uit kan geven, zonder ooit papier van waarde in je hand te hebben. Papier glimt niet. Soms poetst zij de chip op de pinpas; glimt ie zo mooi.
Als zij al aan glimmende dingetjes denkt gaat zij glimmen van trots. Wat een bof dat zij nou net op tijd al die glimmende dingetjes van haar oma kon meenemen. Natuurlijk die zijn niet van haar, maar, nu haar oma overleden is, van haar oom en haar moeder. Trouwens die glimmende dingetjes die zij van haar moeder achterover heeft gedrukt zijn ook heel mooi, jammer dat zij er niet altijd naar kan kijken.
Nu zij erover nadenkt, vind zij het toch wel raar dat haar moeder zo brutaal tegen haar doet. Nou ja brutaal, onbeschoft is een betere uitdrukking. Zomaar helemaal niks meer van zich laten horen. Juist nu, nu zijzelf het zo moeilijk heeft. Ja, zij begrijpt wel dat haar moeder die glimmende dingetjes terug wil, maar hoe kan zij die nou teruggeven zolang haar moeder met die enge man is. Hoe kan zij nou haar moeder duidelijk maken dat zij, en niet haar moeder, de dienst uitmaakt? Haar moeder wil niet naar haar luisteren.
Gelukkig woont haar moeder ver weg, als zij dan zwanger wordt, hoeft zij niet “naar oma”.
Hier wordt zij toch wat verdrietig van. Haar moeder kon ook niet met oma overweg, en zijzelf wel. Straks kan haar dochter wel met haar moeder overweg.
Van de paniek krijgt ze zomaar een astma aanval. Was haar moeder maar aardig. Dan had zij al die ellende niet. Zij begrijpt maar niet waarom haar moeder zo onaardig doet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *