Zwanger

Het was koud in de eenkamerwoning. Geen betaalde baan hebben leek leuk, maar de muren kwamen nu heel langzaam op haar af. Alles was danig in de war gestuurd door haar moeder. Niet alleen dreigde zij het zo zorgvuldig verzamelde kapitaaltje van haar oma kwijt te raken, maar ook haar mooie appartement was zij kwijt. Inclusief de dure vloer.
Geen geld betekende ook dat haar zo verlangde zwangerschap natuurlijk op de lange baan geschoven zou worden. En de klok tikte maar door. Als zij nog plezier aan een kind wou beleven, moest het er toch zo langzamerhand maar van komen. Bovendien, al haar vriendinnen en nichtjes hadden al een, of erger, meerdere kinderen. Zij dreigde aardig de boot te missen, zij kon alleen maar kirren over hoe mooi zij al die kleintjes vond.
Hoewel zij er vreselijk tegen op zag, probeerde zij toch bijna dagelijks om zwanger te raken. Bovendien waren die dagelijkse pogingen de enige reden waarom haar moppie bij haar bleef. Zolang zij niet een baby had, die natuurlijk onvoorwaardelijk van haar zou houden, was er niemand anders die ook maar de pretentie ophield om van haar te houden. Ja, als plichtpleging, familie en zo. Maar oprecht van haar houden, dat kon toch niemand. Daar was zij toch niet voor in de wieg gelegd. Of eigenlijk, daar was zij wel voor in de wieg gelegd, maar niemand begreep dat en dus hield niemand van haar.
Was zij maar zwanger, dan werd alles weer goed. Iedereen die zij kende werd toch gelukkig als zij zwanger waren. Alles zou dan ook goed komen. De meiden in haar virtuele werkelijkheid leken haar wel te begrijpen, maar toch ook weer niet. Ze kon toch niet zeggen dat zij haar mooie woning had ingeruild voor drie hoog achter. Waarom snapten zij dan niet dat het niet aan haar vriend lag. Ook wel een beetje, maar ja wijsheid was toch om te wachten tot ze weer een grotere woning zou krijgen, en dat zat er voorlopig niet in. Wat moest ze nou, ze werd er hopeloos van. Het was een vicieuze cirkel, en niemand die haar kon of wou helpen.

Geef een reactie